Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.

Deprecated: Function strftime() is deprecated in /data/sites/web/webdoosio/subsites/klanten.webdoos.io/liberas/views/magazineartikel.php on line 13
Uitgelicht

De strijd van de geïllustreerde affiches

Onder de titel ‘La bataille des affiches illustrées’1 publiceert de socialistische politicus Jules Destrée op 11 mei 1929 in Le Soir een vrije tribune over het gebruik van geïllustreerde affiches tijdens de campagne voor de parlementsverkiezingen van 26 mei 1929. Het nationale propagandacomité van de Liberale Partij gaat met drie opvallende affiches deze strijd via de aanplakborden aan.

Sébastien Baudart
24 May 2024

Verkiezingen in woelige tijden

Bij de verkiezingen van 5 april 1925, de derde stembusslag op basis van het algemeen enkelvoudig stemrecht, winnen de socialisten tien zetels en verliezen de liberalen er tien. Daarbij kiezen de liberalen voor de oppositie. Pas na 73 dagen lang verschillende formules aftoetsen, vormen katholieken en socialisten de zogenaamde regering-Poullet-Vandervelde, ondanks verzet van de (voornamelijk Waalse) ultraconservatieve katholieken. Het is de eerste regering waarin de Belgische Werkliedenpartij (BWP) participeert zonder de liberalen. Alle voorgaande regeringen met socialisten waren immers driepartijenregeringen van nationale unie, gevormd tijdens en net na de Eerste Wereldoorlog.

De crisis van de frank in Het Laatste Nieuws van 7 mei 1926, p. 1.

De regering-Poullet-Vandervelde houdt het echter slechts elf maanden uit. Het verzet tegen het regeringsbeleid op financieel, militair en taalkundig vlak is hevig, zowel binnen de politieke wereld als in de conservatieve pers en in financiële en burgerlijke kringen. Wanneer de regering in de loop van 1926 de waardevermindering van de Belgische frank niet onder controle krijgt, is een ingreep onvermijdelijk.

Een nieuwe regering van nationale unie onder leiding van de katholiek Henri Jaspar neemt vanaf eind mei 1926 over. Bankier Emile Francqui, bekend om zijn actiegerichte - en soms wat brutale - aanpak, treedt toe tot de regering om de financiën te saneren, de frank te stabiliseren en het vertrouwen van de financiële wereld te herstellen. Francqui, vicegouverneur van de Société Générale, is geen politicus, maar heeft wel een liberaal etiket. In november 1926 neemt hij ontslag vermits zijn opdracht volbracht is.

Een jaar later wordt de regering van nationale unie, die eigenlijk geen reden van bestaan meer heeft, na interne strubbelingen over de dienstplicht, vervangen door een overwegend conservatieve katholiek-liberale coalitie, nog steeds onder leiding van Jaspar. Deze regering, die kan profiteren van een periode van economische bloei, slaagt er onder andere in grote openbare werken uit te voeren, aan de sociale wetgeving te timmeren en de begroting in evenwicht te krijgen. Ze bereikt ook voorzichtige compromissen op het vlak van de dienstplicht, de regionale indeling van het leger en de amnestiekwestie.

De regeringspartijen zien de verkiezingen van mei 1929 met vertrouwen tegemoet. Maar hoewel de liberalen een voortzetting van de coalitie wel zien zitten, willen ze ongebonden naar de kiezer trekken ... of in hun campagne toch ongebondenheid uitstralen.

Portret van Alphonse Huisman-Van den Nest, ca. 1930. Uit Le Parlement Belge 1930.

De kiezers bereiken

‘Er zijn mensen die niet naar de kiesmeetings gaan. Er zijn mensen die geen politieke artikels lezen in de kranten. Deze kiezers zijn buiten bereik. En het is voor hen dat men de muren bekleedt met geïllustreerde affiches en plakkaten’2, schrijft Jules Destrée - volksvertegenwoordiger voor de BWP en oud-minister van Wetenschappen en Kunsten (1919-1921) - in zijn artikel voor Le Soir. Het gebruik van affiches is dan ook een van de elementen die aan bod komen op het Bureau van de Landsraad van de Liberale Partij. Het Bureau komt op 22 januari - ruim op tijd - samen om de campagne te bespreken, en ook de oprichting van een coördinerend Propagandacomité, dat gevestigd wordt in de lokalen van de Landsraad in de Brusselse Persstraat. De Brusselse senator Alphonse Huisman-van den Nest wordt voorzitter.

Portret van Albert Devèze, ca. 1930. Uit Le Parlement Belge 1930.

De te gebruiken affiches, zo stelt voorzitter Albert Devèze op de vergadering van 22 januari, zouden zo beknopt mogelijk moeten zijn om de aandacht van de voorbijgangers/lezers te trekken én zouden de principes van de partij afzonderlijk moeten behandelen. Minstens één geïllustreerde affiche moet het centrale thema van de campagne in de verf zetten. Het plan is om - net als bij de vorige verkiezingen - de affiches ter beschikking te stellen van de arrondissementsfederaties. Door de centralisering van het drukproces en de grote oplage kan de kostprijs immers beperkt worden. De federaties zullen voorbeeldexemplaren krijgen en mogen autonoom beslissen om de affiches al dan niet te gebruiken. Bestellingen mogen ze doorgeven aan de Landsraad. Daarnaast zijn de federaties uiteraard ook vrij om eigen affiches te maken en in te zetten.

‘Iedereen zal opgemerkt hebben, dat er in deze kiesstrijd op de muren van de steden en de dorpen meer gestreden wordt met het beeld dan met het woord. De teekeningen en de karikaturen zijn de lange uiteenzettingen komen vervangen.’

(Vooruit, 21 mei 1929)3

Muren en schuttingen

Drie maanden later, op 22 april, meldt de Brusselse correspondent van Het Handelsblad4 dat de kiescampagne in Brussel volop in gang geschoten is: ‘Men is begonnen de muren met affichen te beplakken, die nogal succes blijken te hebben’. Op 25 april meldt de Brusselse correspondent van de Gazette de Charleroi5 dat er geen muren of schuttingen meer zijn waar geen bontgekleurde verkiezingsaffiches verschijnen. Daartussen plakt ook de eerste affiche die de liberalen verspreiden. Ze is door haar kleurgebruik wat onopvallend, maar blijft door haar inhoud niet onopgemerkt.

Het bedreigde België

‘Au secours! Help!’ staat er boven een eenvoudige zwart/wit-tekening in een blauw kader. Het is de noodkreet van een weerloze vrouw, die symbool staat voor België. Drie straatrovers vallen haar aan, gewapend met mes, pistool en knevel. De identiteit van deze vijanden van België valt gewoon af te lezen: activisme, communisme en klassenstrijd. De oplossing om België te redden: ‘Stemt voor de Liberalen’. In de interpretatie van de Brusselse liberale kant L’Etoile Belge6 gaat de man van de klassenstrijd de vrouw knevelen zodat zijn communistische en activistische kompanen België kunnen doden.

Het Vade-mecum van den liberalen propagandist7, door de Liberale Partij gratis verspreid om de campagnevoerders/voordrachtgevers van argumenten te voorzien, biedt extra inzicht in de beeldvorming van de drie groepen. Aan het communisme, op de affiche bij naam genoemd, maakt het vademecum weinig woorden vuil: een minderheid, een ‘politiek van geestdrijvers, wier onzin bij ons verstandig volk, gelukkigerwijze toch geen vruchtbaren bodem vindt.’

Het reduceren van het socialisme tot de klassenstrijd - als tegenpool van de door de liberalen gepredikte vrede en evenwicht tussen de klassen - wordt ingezet als efficiënte manier om de constructieve politieke actie van de BWP te discrediteren. Een ‘demagogische politiek’, ‘die er enkel op uit is hare propagandisten en strijders vet betaalde postjes en bezoldigingen van allen aard te bezorgen’, stelt het vademecum. En ook de katholieken zijn niet vreemd aan de klassenstrijd. Want hoewel er - zoals de Antwerpse liberale senator Léon Dens op de startvergadering van de campagne op 17 maart 1929 opmerkt - ‘katholieken zijn, die goede Belgen zijn, en heviger anti-socialisten dan wie dan ook’, toch is er ‘een legioen van katholieken […] gevonden, om in 1925 samen te spannen met de socialisten en onzen frank naar den dieperik te helpen.’

‘Meer dan ooit zijn kapitaal en arbeid aan elkaar verbonden, door een solidariteit aan belangen […]. Daarom is het een gruwelijke misdaad de bevolking van een land tegen elkaar op te hitsen en de klassenstrijd te prediken. Klassenstrijd is een politiek van vernietiging; wij stellen daartegen een politiek van opbouw. Zoo staan wij tegenover de socialistische partij, die zeker in haar programma eenige punten heeft, die goed zijn, maar die staan [ook] in het onze, daar wij insgelijks pacificisten zijn, doch pacifisten in daden, niet enkel in woorden.’

(Léon Dens, Antwerps liberaal senator, startvergadering campagne, 17 maart 1929)8

August Borms door Henri Lemaire op een affiche van de Brusselse liberale federatie voor de parlementsverkiezingen van 26 mei 1929 (detail).

In de voorstelling van het activisme zijn dan weer verschillende lagen aanwezig. Meer dan tien jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog worden de Vlaams-nationalisten van de Frontpartij nog steeds gelabeld als activisten, verraders die een ‘avonturenpolitiek’ voorstaan. De zogenaamde Bormsverkiezing uit december 1928 geeft uiteraard extra voeding aan deze gedachte. Die Antwerpse tussenverkiezingen werden immers gewonnen door August Borms, de wegens activisme veroordeelde (en nog steeds opgesloten) kandidaat van de Frontpartij. Maar het liberale vademecum verbindt het activisme, aan de hand van concrete voorbeelden, ook breder aan de Vlaamse katholieken, het vrij onderwijs en de Leuvense Katholieke Universiteit.

De ‘Help!’-affiche wordt op die manier niet enkel een aanval op de communisten, de Vlaams-nationalisten en de socialisten, maar ook - zowel via de klassenstrijd als het activisme - op de katholieken, waardoor alle politieke tegenstanders ‘verbrand’ zijn. Een affiche met veel betekenislagen dus, die de Brusselse correspondent van de Gazette de Charleroi, waarschijnlijk terecht, ‘niet expliciet genoeg voor de massa’9 vindt.

Het is alleszins het beeld dat de liberalen graag van zichzelf creëren: de Liberale Partij als ‘element van stabiliteit, een verzekering tegen de misbruiken en de avonturen, een garantie voor vrede, verdraagzaamheid en vrijheid’10, zoals minister Paul Hymans het op de liberale bijeenkomst van 17 maart ter gelegenheid van de start van de verkiezingscampagne verwoordt.

Bah!

De affiche ontketent hevige reacties, voornamelijk maar niet enkel in de socialistische pers. De Volksgazet11 vindt het ‘Bah!’. ‘De liberalen zijn zoo laag gevallen dat ze de vooroorlogsche affichen van de klerikalen gaan opzoeken om hun propaganda thans te voeren’, schrijft de Antwerpse socialistische krant. De Gentse socialisten van Vooruit12 vinden de hele campagne ‘een echte wedstijd in politieke smeerlapperij’ en menen dat de liberale affiche ‘van die … “argumenten”’ gebruikt ‘die men niet beantwoorden kan … omdat men ervan omver valt.’ Het Brusselse socialistische Le Peuple13 heeft het over ‘walgelijke inspiratie’.

Ook sommige liberalen vinden deze voorstelling van de socialisten erover. L’Etoile Belge14 vindt dat ze - hoewel het tegenstanders blijven en ze dus niet gespaard moeten worden - gezien hun loyale houding van de laatste jaren, toch ‘de overdaad aan onwaardigheid waar men hen nu wil in werpen’ niet verdienen. Het satirische weekblad Pourquoi Pas?15 spreekt onder andere van een ‘ongelukkige affiche’ en van een ‘verbijsterende stompzinnigheid’ en doet suggesties voor socialistische en katholieke affiches in dezelfde stijl.

Portret van Jules Destrée, ca. 1930 (Le Parlement Belge 1930).

De mening van Destrée

In zijn ‘bataille des affiches illustrées’16 sluit Jules Destrée zich daarbij aan: de liberale affiche ‘kan enkel afgrijzen en walging opwekken’. De tekening vindt hij niet slecht, hij noemt de affiche in deze campagne zelfs ‘de beste uit artistiek oogpunt.’ Maar inhoudelijke noemt hij ze ‘véritablement odieuse’, naar keuze te vertalen als afgrijselijk, verfoeilijk of nog onuitstaanbaar. De affiche geeft ‘een droevig beeld van de hersenen die haar hebben bedacht.’ Omdat, meent hij, de Belgische Werkliedenpartij, die hij herkent in het etiket ‘klassenstrijd’, op geen enkele manier samenwerkt (en zal werken) met communisten of activisten, en al zeker niet om België aan te vallen. Waarop hij de loyale houding van de socialisten tijdens de Eerste Wereldoorlog en tijdens de recente financiële crisis benadrukt.

De katholieke affiche met Emile Vandervelde en de ‘platten band’ voor de parlementsverkiezingen van 26 mei 1929. KADOC-KU Leuven. Affichecollectie KCA643.

Hij heeft nog wel meer bedenkingen bij de in België gebruikte verkiezingsaffiches. Het artistieke niveau vindt hij, in vergelijking met bijvoorbeeld Frankrijk, niet op peil. Het opvoeren van telkens weer dezelfde clichés vindt hij getuigen van een gebrek aan inspiratie en politieke ideeën. Vooral als ze, zoals bij de liberale ‘Help!’-affiche, uitgaan van een verkeerde voorstelling van zaken. Als een van zijn andere voorbeelden geeft hij de katholieke affiche waarop Emile Vandervelde de banden van zijn fiets probeert op te pompen, met het bijschrift ‘Sous un ministre socialiste, les finances sont toujours à plat!’/ ‘Met Socialisten aan de Kas is het altijd platten band!’, terwijl Vandervelde nooit minister van Financiën was en het departement zelfs vijftig jaar17 lang een katholieke minister gekend heeft.

Destrée vindt al deze affiches wel een interessante case voor psychologen. ‘Meestal ontdaan van elke loyaliteit en, soms grof’, schrijft hij, ‘geven ze inzicht in het innige denkbeeld dat de partijen over elkaar hebben en in de methodes die ze geschikt achten om indruk te maken op het publiek. Ze geven het niveau van hun intelligentie aan.’18

Variatie op 1921

Net als bij de vorige parlementsverkiezingen van 1925, is in 1929 geen van de nationale liberale affiches ondertekend. Dit in tegenstelling tot de campagne van 1921, waarin de liberalen stevig uitpakten met de bijdragen van de Nederlandse cartoonist en propagandatekenaar Louis Raemaekers aan hun campagnemateriaal. Op 2 mei onthult de socialistische krant Le Peuple19, weldra gevolgd door andere kranten, dat de ‘Help!’-affiche getekend werd door diezelfde Raemaekers.

De thematiek en de compositie zijn te linken aan een van zijn affiches uit 192120, waarin het vrouwelijke personage dat symbool staat voor België wordt aangevallen door een slang die de ‘demagogie’, het ‘activisme’ en het ‘bolsjewisme’ voorstelt. Maar anders dan in 1921, toen de zelfverzekerde vrouw zichzelf kon verdedigen met een schild van ‘vaderland’, ‘orde’, ‘democratie’, ‘voorspoed’ en ‘samenwerking der klassen’21, rest de weerloze vrouw uit 1929 als enige wapen het te hulp roepen van de liberalen.

Portret van Emile Francqui, s.d. Uit Het Belgisch parlement 1894-1969.

De redding van de frank

Rond 9 mei22 lossen de liberalen hun tweede affiche. Deze keer geen straatrovers maar ballonnen. Onder de titel ‘Kiezers! Vergeet degenen niet die den frank gered hebben’ liggen een gele en een rode ballon half afgelaten op de grond. Tijdgenoten herkennen gemakkelijk de zuur kijkende hoofden van de katholiek Prosper Poullet en de socialist Emile Vandervelde, de leiders van de katholiek-socialistische regering uit 1925-1926, die door de liberalen verantwoordelijk worden gesteld voor de val van de Belgische frank. Hoog in de lucht prijkt de blauwe ballon met de glimlachende beeltenis van de bankier Emile Francqui als de redder van de frank. Francqui mag dan geen politicus zijn, het propagandacomité maakt volop gebruik van zijn blauwe etiket om hem als liberale held van dienst uit te spelen.

Ten opzichte van de ‘Help!’-affiche is het een vrij braaf beeld, dat via Poullet en Vandervelde de katholieken en socialisten op een gelijkwaardige manier voorstelt als onmachtig om de redding van de frank - en bij uitbreiding de financiële problemen van het land - aan te pakken. Het brave karakter valt extra op wanneer men dit beeld vergelijkt met de affiche die de Brusselse liberale federatie over hetzelfde thema produceert en waarop Poullet en Vandervelde getoond worden als actieve veroorzakers van de val van de frank.

‘Place aux pauvres’, de derde nationale liberale affiche voor de parlementsverkiezingen van 26 mei 1929.

De derde nationale affiche, die de liberalen wat later in de campagne inzetten, gaat de satirisch-humoristische toer op met een tekening van drie socialistische kopstukken - volksvertegenwoordigers en oud-ministers Camille Huysmans, Emile Vandervelde en Edward Anseele - die, omgetoverd tot poppetjes met brandkastborstkassen, vrolijk arm in arm dansen voor de kapitalistische Bank van de Arbeid. ‘Place aux pauvres’, luidt het ironische bovenschrift, verwijzend naar deze door de socialisten vaak gebruikte slogan. De liberalen klagen hiermee de spreidstand aan tussen het discours van de socialistische leiders en hun ‘kapitalistische’ gedrag. Om hun doelstellingen te bereiken, maken ze immers gebruik van naamloze vennootschappen die gegroeid zijn uit de socialistische coöperaties, waaronder een hele reeks fabrieken én de Belgische Bank van den Arbeid / Banque Belge du Travail. Die bank werd in 1913 vanuit de werking van de Gentse Vooruit door Anseele gesticht.

‘Ne voyons nous pas, d’ailleurs, que les chefs socialistes méconnaissent de plus en plus les principes marxistes? Je me demande, notamment, quelle différence il y a entre les nombreuses et prospères entreprises que les socialistes possèdent dans le domaine de la banque, de l’industrie et du commerce et celles de la “haïssable” bourgeoisie, que l’on s’efforce de dépeindre sous des couleurs repoussantes?’

(Léon Dens, Antwerps liberaal senator, startvergadering campagne, 17 maart 1929)23

Aangezien het door de regeringsdeelnames van de socialisten en hun gematigde, pragmatische en loyale houding steeds moeilijker wordt ze voor te stellen als revolutionairen die de weg naar het communisme openen, kiest het liberale propagandacomité hier voor de ridiculisering van de socialistische kopstukken. Hun geloofwaardigheid wordt op een satirische manier onderuitgehaald door hen gelijk te schakelen met het financiële establishment. Een - niet geheel onterechte - voorstelling van zaken die ook in communistische en katholieke propaganda wordt gebruikt.

De Brusselse federatie blijft met haar affiche ‘De noodlottige trap!’ daarentegen wel het afglijden van socialisme naar communisme afbeelden, met een linkse trap waarlangs respectabele, burgerlijke socialisten als Anseele en Vandervelde ‘afdalen’ tot de communistische leider Joseph Jacquemotte. Tegelijk beeldt de trap aan de rechterkant een vergelijkbare oefening af voor de katholieke rechterzijde, met een evolutie van conservatieve figuren als Pierre Nothomb en Jules Renkin tot de Vlaams-nationalist August Borms. De boodschap is duidelijk: aangezien zowel Jacquemotte als Borms België willen vernietigen, is hun hele stamboom verdacht.

Tot slot

In hun Vade-mecum van den liberalen propagandist leggen de liberalen, met het oog op het verleiden van de lagere werkende klassen, sterk de nadruk op de sociale en democratische hervormingen waar ze in het verleden hun schouders onder zetten. Maar het is niet met deze verwezenlijkingen dat de nationale partijleiding in het straatbeeld uitpakt. Ook hete hangijzers als de taal- en legerkwesties of klassiekers zoals de verdediging van het officieel onderwijs komen niet aan bod. De liberale partijtop trekt de aandacht van het politiek minder bereikbare publiek, zoals Destrée het omschrijft, met beeldende affiches. Die dragen, zoals door voorzitter Devèze gewenst, enkele beknopte boodschappen uit: communisme en alles wat naar klassenstrijd en activisme neigt - met andere woorden: alle andere partijen - zijn een gevaar voor het land, de liberalen hebben de frank gered toen katholieken en socialisten daar niet in slaagden, én er is een groot verschil tussen wat socialistische leiders zeggen en wat ze doen. De liberalen doen met deze boodschappen hun voornemen van ongebondenheid alle eer aan, al worden de socialisten net iets meer geviseerd. Tegelijk presenteren ze zich traditiegetrouw als de partij van de degelijkheid, het evenwicht, de stabiliteit, de financiële veiligheid, enzovoort. Kortom, als enige partij die het land kan redden.

Uiteindelijk halen de liberalen met 16,55 % van de stemmen 28 zetels. Het betekent een vooruitgang van 1,90 procentpunten en 5 zetels ten opzichte van de verkiezingen van 1925. Op het Comité Permanent van de Liberale Partij op 16 juni 1929 noemt voorzitter Devèze die uitslag ‘un grand succès’. De katholieken halen 76 zetels (-2), de socialisten 70 (-8), de Vlaams-nationalisten 11 (+5) en de communisten 1 zetel (-1). Ook de onafhankelijke Delille haalt een zetel (in het arrondissement Brugge). De katholiek-liberale coalitie onder leiding van Henri Jaspar behoudt met dit resultaat haar meerderheid en besluit voorlopig gewoon verder te regeren.

Bronnen, noten en/of referenties

Liberas, Archief Liberale Partij / Parti Libéral - Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) / Parti de la Liberté et du Progrès (PLP) (archief nr. 15), nr. 639 (Bureau 22 januari 1929, Comité Permanent 2 maart 1929, Comité Permanent 16 juni 1929).

‘Anseele fait l’historique des sociétés anonymes du Vooruit et en justifie l’existence’, in: Le Peuple, 22 juli 1929: 1.

‘Dans les bottes du capitalisme’, in: La Dernière Heure, 13 juli 1929: 1.

Belgische dagbladpers, maart-mei 1929.

Fernand Baudhuin, ‘Francqui, Emile’, in: Biographie Nationale 31 (Bruxelles: Académie Royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, 1961) 362-370.

Jaak Brepoels, Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn? De geschiedenis van de Belgische arbeidersbeweging 1830-2015 (Kalmthout: Van Halewyck, 2016) 225-232, 243-248.

Emmanuel Gerard, De schaduw van het interbellum: België van euforie tot crisis 1918-1939 (Tielt: Lannoo, 2017) 115-150.

Theo Luykx en Marc Platel, Politieke geschiedenis van België (Antwerpen: Kluwer, 1985) 317-332.

Patrick Van den Bosch, ‘Opbouwers zijn we! Het propagandabeleid van de Belgische Werkliedenpartij in het interbellum’, in: Brood en Rozen, 12, nr. 4 (december 2007): 5-27.

Jan Velaers, Albert I. Koning in tijden van oorlog en crisis 1909-1934 (Tielt: Lannoo, 2009) 651-749.

Adriaan Verhulst en Hervé Hasquin, eds., Het Liberalisme in België. Tweehonderd jaar geschiedenis (Brussel/Gent: Paul Hymanscentrum/Uitgeverij Delta/Liberaal Archief, 1989) 123-125, 285-286.

Belelite, Databank van de Belgische regeringen sinds 1831, geraadpleegd 8.5.2024.

Databank Verkiezingsuitslagen, geraadpleegd 8.5.2024.

1. Jules Destrée, ‘La Bataille des affiches illustrées’, in: Le Soir, 11 mei 1929: 1. Het artikel werd ook gepubliceerd in Le Journal de Charleroi, 14 mei 1929: 1.

2. Jules Destrée, ‘La Bataille des affiches illustrées’, in: Le Soir, 11 mei 1929: 1. Vertaling van ‘Il y a des gens qui ne vont pas aux réunions électorales. Il y a des gens qui ne lisent pas les articles politiques dans les journaux. Ces électeurs-là sont hors de portée. Et c’est pour eux qu’on couvre les murs d’affiches et de placards illustrés.’

3. ‘Kiesaffichen’, in: Vooruit, 21 mei 1929: 1. 

4. ‘Brief uit Brussel. Onhebbelijke kiesplakkaten’, in: Het Handelsblad, 23 april 1929: 1 (bericht gedateerd op 22 april).

5. ‘Courrier bruxellois. Affiches électorales’, in: Gazette de Charleroi, 25 april 1929: 1.

6. ‘Affiches électorales’, in: L’Etoile Belge, 24 april 1929: 2.

7. Vade-mecum van den liberalen propagandist (Brussel: [Liberale Partij]/Wetenschappelijke en Letterkundige Drukkerij, 1929). De volgende citaten zonder andere bronvermelding in dit deel komen uit dit vademecum.

8. ‘Inzet van den Kiesstrijd. De Vergadering van den Landsraad der Liberale Partij’, in: De Nieuwe Gazet, 18 maart 1929: 2.

9. ‘Courrier bruxellois. Affiches électorales’, in: Gazette de Charleroi, 25 april 1929: 1. Vertaling van ‘pas assez explicite pour les masses’.

10. Paul Hymans, Le Parti Libéral et les Elections de 1929. Discours prononcé au “Conseil national du Parti Libéral” le 17 mars 1929 (Bruxelles: René Van Sulper/Le Flambeau, 1929) 24. Vertaling van ‘élément de stabilité, une assurance contre les abus et les aventures, une garantie de paix, de tolérance et de liberté’.

11. Liberaal’, in: De Volksgazet, 24 april 1929: 1.

12. ‘Een wedstrijd in politieke vuiligheid’, in: Vooruit, 26 april 1929: 1.

13. ‘Pauvre affiche libérale’, in: Le Peuple, 8 mei 1929: 3. Vertaling van ‘l’inspiration ignoble’.

14. ‘Affiches électorales’, in: L’Etoile Belge, 24 april 1929: 2. Vertaling van ‘l’excès d’indignité où l’on veut à présent les précipiter’.

15. ‘L’affiche malencontreuse’, in: Pourquoi Pas?, 19, nr. 770 (3 mei 1929): 822. Vertaling van ‘affiche malencontreuse’ en ‘effarante stupidité’.

16. Jules Destrée, ‘La Bataille des affiches illustrées’, in: Le Soir, 11 mei 1929: 1. Vertaling van ‘ne peut que provoquer la répulsion et le dégoût’, ‘la meilleure au point de vue artistique’ en ‘une triste idée du cerveau qui l’a inventée’.

17. Wat klopt als men er vijfenveertig jaar van maakt. De laatste niet-katholieke minister van Financiën was de liberaal Charles Graux, die het departement beheerde tot juni 1884.

18. Vertaling van ‘C’est généralement dénué de toute loyauté et, parfois, grossier’ en ‘Elles renseignent sur la conception intime que les partis se font les uns des autres et sur les méthodes qu’ils jugent propres à impressionner le public. Elles indiquent le niveau de leur intelligence.‘

19. ‘Patriote… hollandais’, in: Le Peuple, 2 mei 1929: 3.

20. Zie Sébastien Baudart, ‘De getekende campagne van 1921’, in: Liberas Stories, geraadpleegd 8.5.2024.

21. Voor de Nederlandstalige versie, zie de collectie van het Letterenhuis.

22. ‘Courrier bruxellois. La Progagande libérale’, in: Gazette de Charleroi, 9 mei 1929: 2. 

23. Zoals weergegeven in ‘L’ouverture de la campagne pour les élections législatives. Une grande réunion libérale à Bruxelles’, in: La Dernière Heure, 18 maart 1929: 3. De originele toespraak was in het Nederlands.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Sébastien Baudart, "De strijd van de geïllustreerde affiches ", Liberas Stories, laatst gewijzigd 02/09/2024.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Liberas heeft geprobeerd alle rechthebbenden op beeldmateriaal te contacteren. Personen of organisaties die zich alsnog in hun rechten voelen geschaad nemen contact op met Liberas vzw, Kramersplein 23, 9000 Gent.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op