De bevrijding komt dichterbij
In 1944 komen de Duitsers steeds meer in de verdrukking te staan. Een nakende bevrijding hangt in de lucht, maar ook het besef dat er hevig om zal gevochten worden.28 In maart 1944 besluit de Diesterweg de schuilloopgrachten - een gracht verstevigd met hout en gecamoufleerd met planten - te versterken. Vanaf juni 1944 begint de schoolkolonie leeg te lopen. Het is niet duidelijk of er in de zomer nog een vakantiekolonie wordt georganiseerd, maar in september is de villa alleszins verlaten. Op 2 september trekken de geallieerden België binnen. Een dag later trekken leden van het onderwijzend personeel naar Kalmthout. Samen met het dienstpersoneel wacht daar een groep van eenentwintig mensen de bevrijding af. Onder hen de onderwijzer René van Beneden die er een verslag van optekent.29
Op 4 september zien de bewoners vanop het dak van de schoolvilla de eerste tekenen van oorlogsgeweld: verschillende rookpluimen stijgen uit boven het Antwerpse havengebied. Het Britse Tweede Leger bevrijdt die dag Antwerpen. De dag erna heerst er in Heide en Kalmthout een feestelijke stemming en de Belgische vlaggen wapperen aan de gevels. Van Beneden schrijft: ‘Enkele inwoners van Heide-station zijn zoo vrijpostig een paar voorbijrijdende Duitschers gevangen te nemen: de krijgsgevangenen worden geborgen in de wachtzaal van het station. Enkele personen zich uitgevend voor Witte Brigade loopen rond, pakken pinten en worden in hun dronkenschap erg vrijpostig.’ De Duitsers slaan onmiddellijk terug en kogelen een persoon neer. De burgemeester van Kalmthout beveelt alle vlaggen te verwijderen. De euforie bekoelt. Op 9 september vindt er een gigantische ontploffing plaats. Volgens van Beneden vliegen de deuren en ramen van de villa open. Iedereen vlucht naar de schuilloopgracht. De ontploffingen houden een uur aan. Geallieerde jachtvliegtuigen zijn er namelijk in geslaagd om een Duitse munitietrein op weg naar Nederland te identificeren en tot ontploffing te brengen: tweeëndertig wagons met munitie gaan in rook op.30
Stelselmatig druppelen ook de eerste vluchtelingen uit de Antwerpse agglomeratie binnen. Door het hoog aantal vluchtelingen wordt de schoolkolonie opnieuw opgeëist, ditmaal door de gemeente Kalmthout. Verschillende vluchtelingen worden op brancards, begeleid door het Rode Kruis, de schoolkolonie binnengedragen. Na de Duitse bezetters is van Beneden enorm te spreken over zijn nieuwe gasten: ‘Ik moet hierbij verklaren, dat deze geëvacueerde menschen zoo toevallig bijeengebracht, een echte meevaller zijn voor de kolonie. Zij zijn zeer meegaand en onderhouden de lokalen zoo goed mogelijk. Dagelijks worden gangen, trappen, klassen en wc of gekeerd of gedweild. Een bijzondere zorg wordt besteed aan de parketvloer van den hoofdingang. (…) ze zijn vriendelijk en beleefd en vragen niets meer, dan hun tijd van bevrijding hier te mogen afwachten.’ Het personeel van Diesterweg en de vluchtelingen wachten in volle spanning de bevrijding af, die op zich laat wachten. De geallieerden hebben namelijk halt gehouden aan het Albertkanaal en hun focus verlegd naar strategische bruggen in Nederland, de zogenaamde Operatie Market Garden. Deze kent een tegenvallend resultaat, maar ondertussen hebben de Duitse troepen achter het Albertkanaal wel enkele weken respijt gekregen om zich in te graven.
Op 20 oktober lanceren de geallieerden Operatie Suitcase, als onderdeel van een groter plan met als objectief de bevrijding van Noord-Brabant. Het Canadese Eerste Leger trekt vanuit Antwerpen langzaam op richting Essen en Kalmthout. Ondertussen zijn er in Kalmthout steeds meer Duitsers toegestroomd: het beangstigt de bewoners van de Schoolvilla. Valse en tegenstrijdige informatie zorgt ervoor dat ze heen en weer geslingerd worden tussen hoop en wanhoop. Op 24 september valt een groep Duitse soldaten de schoolvilla binnen: ‘De speelzaal is een legerstede. Duitschers loopen in en uit en maken in een paar ogenblikken van gangen en plaatsen echte slijkbanen. Tusschenin vinden ze nochtans den tijd om de meiden eens flink op te nemen. De kolonie is ingepalmd en we voelen het’. De Duitsers camoufleren ook twee artilleriestukken in het bos naast de kolonie. Een week later trekken ze weer weg. Een paar dagen later wordt de kolonie opnieuw overrompeld: nu door Duitse officieren, die de hele nacht pianodeuntjes spelen. Er wordt op de kolonie ook een Funkstelle of radiocommunicatiestation ingericht. Op 4 oktober komt het bericht dat er in Kapellen wordt gevochten: de Duitsers pakken in. De Duitse officieren tonen, volgens van Beneden, veel medelijden met de vluchtelingen en doneren Hollandse klompen en boter. Heel de nacht wordt Kapellen beschoten door de geallieerden: tientallen burgers komen om.31 De geallieerden staan nu voor de antitankgracht, die vóór de oorlog door het Belgische leger werd aangelegd en de Schelde ter hoogte van Berendrecht verbindt met de schans van Massenhoven.
Twee weken houden de Duitsers stand en wordt er over en weer geschoten. Burgers in Kalmthout worden opgeroepen om mee te helpen, om wegen te versperren en bomen om te hakken. Er worden brede antitankgreppels gegraven. In de kolonie houdt iedereen zich schuil in de kelder. Het dorp raakt geïsoleerd: boeren uit de buurt verlenen hulp voor voeding, maar verschillende vluchtelingen hebben dringend medicijnen nodig. Op 11 oktober vliegen er kogels binnen in de bureau en de eetzaal. Granaten vliegen over de kolonie. Twee dagen later zien de koloniebewoners door de ramen Belgische helmen voorbij sluipen. Van Beneden stelt: ‘De belegering van Kalmthout duurt nu al 8 dagen. We beginnen de moed te verliezen’. Een deel van Kalmthout is bevrijd, maar de Duitsers blijven felle weerstand bieden en zetten een hevige tegenaanval in. Het personeel van Diesterweg en de vluchtelingen besluiten om de kolonie te verlaten. Ze moeten verschillende Canadese controles omzeilen: ‘Het lukt en we komen weldra op den Putschen steenweg. Putte in ’t zicht met wapperende Belgische vlaggen. We zijn er door!?. En nu in één adem naar huis’.