Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.

Deprecated: Function strftime() is deprecated in /data/sites/web/webdoosio/subsites/klanten.webdoos.io/liberas/views/magazineartikel.php on line 13
Voorgesteld

De Diesterweg Schoolkolonie tijdens de Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog heeft een enorme impact op het leven van de Belgische bevolking. Een kleine minderheid sluit zich aan bij het verzet of kiest voor collaboratie. De overgrote meerderheid voert echter een dagelijkse strijd om te overleven te midden van oorlogsgeweld, bezetting en aanhoudende voedseltekorten. Zo ook in de Diesterweg Schoolkolonie.

Nathan Lauwers
4 June 2025

Dit artikel werpt een blik op het alledaagse leven in de Diesterweg Schoolkolonie te Heide (Kalmthout). In het archief van Diesterweg’s Hulpkas voor Behoeftige Schoolkinderen (Antwerpen), bewaard bij Liberas, bevinden zich verschillende documenten die de activiteiten in de schoolkolonie tijdens de Tweede Wereldoorlog beschrijven.1 Van bijzonder belang zijn twee dagboeken: het eerste bevat het verslag van de bestuurder Jan Polderman over de Duitse bezetting van de Schoolvilla in 1942, in het tweede brengt onderwijzer René van Beneden verslag uit over de bevrijding in 1944. Deze oorlogsdagboeken, aangevuld met de bestuursverslagen, benadrukken het tomeloze engagement van het personeel en bestuur om zich in te zetten voor Antwerpse kinderen in de meest precaire omstandigheden.2 Het is het verhaal van een volgehouden streven naar overleving en continuïteit in een context van voortdurende angst en talrijke obstakels.

De bestendige schoolkolonie Diesterweg

In 1892 wordt door verschillende onderwijzers van de Antwerpse gemeentelijke scholen de onderwijskring ‘Diesterweg’ opgericht. De aanleiding is in eerste instantie een solidariteits- of verzetsactie tegen de invoering van nieuwe weddebarema’s door het liberale stadsbestuur. Het initiatief groeit echter uit tot een onderwijsvereniging met een specifieke pedagogische insteek.3 De naam van de vereniging verwijst namelijk naar de Duitse vooruitstrevende pedagoog Adolph Diesterweg (1790-1866), een belangrijke pleitbezorger van de rationalisering van het onderwijs met veel nadruk op een bredere sociale vorming. Adolph Diesterweg ijvert onder meer voor het recht op gratis onderwijs voor alle graden van het lager onderwijs en de organisatie van leerkrachten in een belangenvereniging. Aan de normaalschool van Lier is de directeur Hypoliet Temmerman (1847-1930) een belangrijke adept van Diesterwegs pedagogische werken.4 Via Temmerman komt een groot aantal van de toekomstige leraren van het Antwerpse stedelijk onderwijs in aanraking met deze ideeën.

In 1894 breidt de Antwerpse Onderwijsvereniging haar activiteiten uit met de oprichting van een eigen maandelijks tijdschrift: Ons Woord. Tolk der Antwerpse Onderwijsvereniging Diesterweg. In hetzelfde jaar ziet ook de Diesterweg’s Hulpkas voor Behoeftige Schoolkinderen het licht. In een eerste fase biedt de Hulpkas steun aan kinderen uit Antwerpse gezinnen die zich in bijzonder moeilijke omstandigheden bevinden: de vereniging financiert de bedeling van soep en kleding, een activiteit die ze blijft voortzetten. Enkel tijdens de oorlogsjaren wordt de schoolbedeling overgenomen door speciaal opgerichte hulporganisaties; tijdens de Tweede Wereldoorlog is dit bijvoorbeeld Winterhulp. De Hulpkas wordt gefinancierd door omhalingen op feesten, tombola’s, concerten van het koor van Diesterweg en de verkoop van koper en tin. Een belangrijke bijdrage komt ook van het onderwijzend personeel van de stedelijke scholen, zo valt tijdens de Tweede Wereldoorlog het aantal legaten van voormalig onderwijzend personeel op. Het stadsbestuur (en vanaf 1919 ook de provincie en de staat) levert eveneens een belangrijke subsidie.5 Daarnaast is er steun van andere verenigingen, waaronder de Koninklijke Kring De Mieren die de opbrengsten van hun feesten, bals en voorstellingen schenken.6

Al snel organiseert de vereniging ook vakantiekolonies, bedoeld om verzwakte stadskinderen te laten aansterken in de gezonde buitenlucht van het platteland. De Hulpkas stelt echter al gauw vast dat de nood veel groter is dan het aanbod. Daarom koopt de vereniging in 1895 een stuk grond in Heide, tegenwoordig een dorp in de gemeente Kalmthout. Deze locatiekeuze is niet toevallig: in de negentiende eeuw worden de zandduinen van de Kalmthoutse Heide op grote schaal ontgonnen. Om deze zandwinning mogelijk te maken, wordt in 1891 een spoorverbinding naar Antwerpen aangelegd. Met de aanleg van de zogenaamde ‘lijn 12 Antwerpen-Essen’ komt ook het toerisme in de regio op gang.7 Het heidetoerisme bloeit en leidt tot de bouw van hotels en cafés. Ook welgestelde - vooral Joodse - Antwerpenaren ontdekken de streek rond Kalmthout, Essen en Kapellen, waar zij buitenverblijven laten bouwen. De natuur, de gezonde lucht en de schoonheid van het landschap trekken talrijke stadsbewoners aan. Diezelfde criteria trekken ook meerdere schoolkolonies naar de regio.

De zoektocht naar een geschikte grond verloopt niet van een leien dakje: vooral het levensbeschouwelijke karakter van het project botst op weerstand in de landelijke katholieke gemeente. In 1902 is het toch eindelijk zo ver: er wordt voor een som rond de 2000 frank een stuk grond van iets meer dan twee hectare gekocht, op wandelafstand van het station.8 De pastoor van Kalmthout-Heide stelt in 1902: ‘dat een parochiaan, door den satan bezeten, aan de geuzen der stad een grond had verkocht, waarop een slechte school zou verrijzen’.9

De bouw van de schoolvilla begint een jaar later, nadat in het tijdschrift Ons Woord een eerste ontwerp was verschenen met de vraag naar de lezers om feedback.10 Het ontwerp, dat wordt voltooid onder leiding van de Antwerpse architect Edward Craeye, is een architecturale veruitwendiging van de pedagogische insteek van Diesterweg met aandacht voor (sociale) hygiëne. Het ontwerp van de schoolvilla is simpel en voorziet in een turn- en speelzaal, een grote eetzaal met keuken, een badruimte met verschillende badkuipen, een wasruimte, een ziekenzaal, verschillende klassen, grote gescheiden slaapzalen voor de kinderen met lavabo’s aan weerszijden en slaapzalen voor de begeleiders. Buiten is er een grote binnenkoer, een moestuin en een arboretum.11

Er is plaats voor een honderdtal kinderen - na een verbouwing in 1921 wordt dit aantal verdubbeld -, die voor een periode van drie maanden genieten van gezondheidsonderricht. De focus op lichaamshygiëne en voeding wordt aangevuld met ademhalings- en bewegingsoefeningen. Er is ook aandacht voor de geestelijke ontwikkeling van het kind, geschoeid op een rationele leest, met de nadruk op natuurwetenschappen, aardrijkskunde, wiskunde en de moedertaal. Er wordt de kinderen ook liefde voor de natuur aangeleerd met tekenoefeningen, wandelingen en observatie. De boeren in de omgeving krijgen regelmatig hulp van de kolonisten.12 Het pedagogische project heeft een duidelijke sociale en morele component met klemtonen op fysieke en geestelijke gezondheid.

In 1904 wordt de schoolkolonie Diesterweg, die er zich op beroept de eerste schoolkolonie te zijn, feestelijk geopend. De krant Het Volk schrijft in 1904 over de opening het volgende: ‘Die schoolvilla, prachtig alhoewel eenvoudig, is ingericht volgens alle moderne regelen van hygiëne. Er zijn ruime speelzalen, eetplaatsen en slaapkamers. Er zijn ook een viertal klassen waar de kinderen dagelijks een uurtje of twee geestesvoedsel zullen ontvangen’.13 Bij de opening zijn er volgens de krant duizenden mensen uit Antwerpen toegestroomd.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wordt de ‘schoolvilla’ in Kalmthout ontruimd. Pas in 1916 kunnen er opnieuw kinderen worden opgevangen. Intussen gaat Diesterweg’s Hulpkas op zoek naar bijkomende locaties om meer kinderen onder te brengen. In samenwerking met het Provinciaal Komiteit voor Hulp en diens voorzitter Louis Franck worden onderhandelingen opgestart om de Hulpkas onderdak te bieden in de Schotense kastelen Vorderstein en De Wijngaard.14

Paniek bij de Duitse inval op 10 mei 1940

De Duitse inval op 10 mei 1940 komt als een complete verrassing voor Jan Polderman - de bestuurder van de Schoolkolonie te Heide - die zich op dat moment nog in Antwerpen bevindt. Hij probeert nog een trein naar Heide te nemen, maar er rijdt geen enkele trein meer richting Essen. Bij het begin van de inval werd het burgerlijk treinverkeer immers onmiddellijk stilgelegd. Polderman besluit dan maar een taxi te nemen om zo snel mogelijk de schoolvilla te bereiken en zich te vergewissen van de situatie ter plaatse. Bij aankomst treft hij de begeleiders in paniek aan. Dankzij de nieuwe radio van Radiobell, die pas in april onder grote belangstelling van het bestuur werd geïnstalleerd, is het personeel al op de hoogte van de Duitse inval. Er wordt beslist om niet halsoverkop te evacueren, aangezien het bestuur voorafgaand aan de mobilisatie een brief van het stadsbestuur had ontvangen, waarin werd gevraagd enkel bij strikte materiële noodzaak tot evacuatie over te gaan. Toch wordt een koerier naar de stad gestuurd met het verzoek om stadsvrachtwagens te sturen. Het stadsbestuur antwoordt dat men ter plaatse moet blijven, omdat het daar als veiliger wordt beschouwd.

Dat is echter buiten de ouders van de kinderen gerekend: tegen de middag zijn al veertig kinderen opgehaald - met de auto, per fiets en sommigen zelfs te voet. Intussen bevindt Huib Serneels, oud-voorzitter-secretaris van Diesterweg’s Hulpkas, zich in het scholencomplex in de Oranjestraat, waar Diesterweg een lokaal ter beschikking heeft. Serneels wordt daar overspoeld door telefoontjes van bezorgde ouders, die volledig in paniek raken door het aanhoudende geloei van de sirenes. Het stadsbestuur stelt uiteindelijk toch een autobus ter beschikking, die drie keer op en neer rijdt. Tegen de avond zijn alle kolonisten weer thuis, maar daarmee zijn ze nog niet veilig. In zijn verslag schrijft Polderman dat een jongen, genaamd Willy, diezelfde avond zwaargewond raakt bij een bombardement.

De kolonie blijft zeven weken gesloten, omdat veel kolonisten niet wensen terug te keren.15 Hoewel de omgeving rond Kalmthout zwaar getroffen wordt, loopt de kolonie zelf geen schade op. De knechten, die gevraagd waren om te blijven en toezicht te houden, slaan echter op de vlucht. Het bestuur van Diesterweg onderzoekt of een heropstart mogelijk is. Vooral de voedselbevoorrading blijkt een groot probleem. Er wordt beslist om in eerste instantie een vakantiekolonie van één maand te organiseren. Polderman bezoekt alle leveranciers om de bevoorrading te verzekeren. De boeren uit de buurt tonen zich bereid meer te leveren dan de rantsoenering officieel toestaat.16

Toch kampt de villakolonie tijdens die eerste vakantiemaand onder bezetting met ernstige tekorten. Er is nauwelijks brood beschikbaar en ook melk is moeilijk te verkrijgen. Bij hun terugkeer naar huis wordt bij de kinderen dan ook een ‘ontmoedigende’ gewichtstoename vastgesteld.  Gedurende de hele oorlog wordt de gewichtstoename van de kinderen dé graadmeter voor het functioneren van de kolonie. Bij elke bestuursvergadering wordt hierover verslag uitgebracht. Eind augustus 1940 stelt Diesterweg’s Hulpkas vast dat er op nationaal en provinciaal niveau beweging komt. Het provinciebestuur besluit dat de vier Antwerpse kolonies een dubbel rantsoen zullen ontvangen. Toch blijft Polderman bezorgd: brood blijft gerantsoeneerd tot 350 gram per dag, melk wordt nog steeds aangelengd met water, en aardappelen zijn ’s avonds niet beschikbaar. Kastanjemeel vervangt de gebruikelijke graanmeelsoorten.

Het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn (het huidige Kind en Gezin) neemt al snel een belangrijke coördinerende rol op. De organisatie pleit voor een uitbreiding van het systeem van schoolkolonies, zoals ook gebeurde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Kinderwelzijn levert tijdens de oorlog niet alleen een aanzienlijke financiële bijdrage aan de schoolvilla van Diesterweg, maar staat ook in voor de bevoorrading. In oktober 1940 begint ook de organisatie Winterhulp een vergelijkbare rol te spelen.17 Zij nemen onder meer de soepbedeling van Diesterweg over. Naast de officiële hulp valt ook de grote solidariteit van de bevolking op in die eerste oorlogsmaanden. Giften stromen binnen en de Koninklijke Kring De Mieren hervat zijn steunactiviteiten. Boeren uit de omgeving leveren extra melk en vlees. De snoepfabriek Lonka in Essen biedt aan om de kolonie te bevoorraden met suiker, chocolade en margarine wanneer de rantsoenen tekortschieten. Het bedrijf Solvay levert dan weer grote aantallen soda. Ook de liberale burgerij draagt haar steentje bij, onder wie enkele leden van de zogenaamde Duitse kolonie van Antwerpen met onder andere de familie Kronacker.18 Vooral de hulp van de familie Speth springt in het oog: in juni 1941 stellen zij hun kasteeldomein Irishof ter beschikking van Diesterweg, voor de oprichting van een tweede kolonie.19

De bevoorrading van de schoolkolonie blijft gedurende de hele oorlog een van de belangrijkste vraagstukken voor het bestuur van Diesterweg. Winterhulp en Nationaal Werk voor Kinderwelzijn leveren een groot aantal voorraden: van steenkool, aardappelen tot gepekelde sardienen. Ook de stad levert verschillende levensmiddelen en stuurt bijvoorbeeld wagons met steenkool. Door de dubbele rantsoenen kan de Schoolvilla ook aankopen bij plaatselijke boeren, bakkers en beenhouwers. Ook de moestuin van de Schoolvilla draagt een steentje bij en brengt in 1940 400 kg aardappelen op. Er worden ook kippen gehouden voor eieren. In oktober 1941 wordt een man veroordeeld tot een maand voorwaardelijke gevangenisstraf omdat hij kippen stal van de schoolkolonie.

De voedselbevoorrading en het doordachte aankoopbeleid van de bestuurder heeft resultaat. In mei 1942 stelt Polderman op de bestuursraad: ‘De bevoorrading werkt uitstekend en in sommige gevallen zelfs te veel. We sukkelen alleen met de bevoorrading in aardappelen en steenkolen.’20

De centrale bekommernis inzake voeding heeft alles te maken met de belangrijkste doelstelling van de schoolvilla: de gezondheidstoestand van de kinderen zoveel mogelijk verbeteren. De kinderen worden op regelmatige tijdstippen gewogen. Tijdens de oorlog zijn de resultaten meestal zeer goed met soms aanwinsten van 5,4 kg. Anderzijds kampt de schoolvilla ook regelmatig met uitbraken van besmettelijke ziektes zoals difterie. Er wordt getracht om de kinderen een zo zorgeloos mogelijke tijd te verlenen. Regelmatig komen muzikanten of goochelaars de kinderen vermaken. Het oorlogsleed wordt verzacht door de nadruk te leggen op ontspanning in de natuur.

De oorlog blijft echter vlakbij. Zo stort op 5 april 1943 een Amerikaanse boeiing B-17 bommenwerper met de bijnaam ‘Montana Power’ neer vlakbij de kolonie.21 De navigator James Murray wordt zelfs verzorgd in de schoolkolonie, maar sterft er aan zijn verwondingen. Vier dagen later vliegt een verdwaalde obus door het dak van de speelzaal. Er wordt besloten om er geen ruchtbaarheid aan te geven, want vele ouders zijn blijkbaar afgeschrikt door de bombardementen op de Erla-fabriek in Mortsel om hun kinderen nog te laten vertrekken.22

De Duitse bezetting van de villakolonie

De dreiging van een mogelijke Duitse inbeslagname van de Schoolvilla wordt al vroeg onderkend. Om dit te voorkomen, wordt ervoor gezorgd dat er steeds kinderen verblijven. In normale omstandigheden wordt tijdens de driemaandelijkse wissels van groepen een korte ontsmettingsperiode ingelast, maar nu wordt bewust voor een overlapping gezorgd. Deze maatregel blijkt uiteindelijk niet afdoende. Op 9 september 1942 krijgt de villakolonie bezoek van een Duitse officier, de Kommandeur van de Duitse troepen in Kalmthout. Hij wil een rondleiding door de hele villa, met het oog op een mogelijke inkwartiering van zijn troepen. Polderman verdedigt het belang van de kinderkolonie en wijst erop dat ze een essentiële sociale rol vervult voor de meest kwetsbare kinderen. De Duitse officier reageert echter dat zijn manschappen meer dan een jaar in Rusland hebben gevochten, en dat hij een slechte vader voor zijn soldaten zou zijn als hij hen geen degelijk onderkomen kon bieden.

Polderman brengt onmiddellijk de schepen van Onderwijs, Robert Van Roosbroeck (1898-1988), op de hoogte. Deze stelt hem gerust dat het zo’n vaart niet zal lopen. Een week later komt echter een gemeentearbeider uit Kalmthout melden dat de kolonie de volgende dag ontruimd moet zijn. Voor Polderman is dit een onmogelijke opgave: er verblijven op dat moment meer dan honderd kinderen in de villa, onder wie enkele geïsoleerde tuberculosepatiënten. Polderman richt zich opnieuw tot de Duitse officier en uit zijn frustratie over het feit dat steeds de niet-confessionele instellingen geviseerd worden door de bezetter. Volgens Polderman toont de officier begrip en betreurt hij de situatie: ‘Want de papen zijn hun vijanden, en het spijt hen telkens hun vrienden te moeten treffen. Hij weet dat onze schepen van Onderwijs tot de Duitschgezinde beweging behoort.’23 Hiermee wordt verwezen naar onderwijzer en historicus Van Roosbroeck, die in 1942 werd benoemd tot schepen van Onderwijs. Hij collaboreerde van meet af aan met de Duitsers en trad toe tot de Algemene SS-Vlaanderen.

Het bestuur van Diesterweg komt herhaaldelijk in rechtstreeks conflict met schepen Van Roosbroeck. Zo wordt Polderman ter verantwoording geroepen omdat hij geüniformeerde scouts had ontvangen in de kolonie, terwijl het dragen van uniformen door de Duitse overheid verboden is. Daarnaast zou volgens de schepen de Brabançonne zijn gespeeld, en werden twee kinderen die tijdens het volkslied bleven zitten, gestraft. Van Roosbroeck stelt dat Diesterweg alle vormen van politieke betrokkenheid moet vermijden. Polderman reageert daarop dat ‘het vaderlandslied niet door de Duitse overheid is verboden!’. Ook bij de benoeming van enkele begeleiders ontstaat er een conflict: Diesterweg uit kritiek op de politieke achtergrond van een door Van Roosbroeck voorgestelde onderwijzer. De Hulpkas benadrukt in deze discussie haar veertigjarige traditie van onafhankelijkheid. In de kwestie rond de bezetting van de Schoolvilla, uit het bestuur van Diesterweg vooral scherpe kritiek op de passieve houding van de bevoegde schepen. Zowel Winterhulp als Kinderwelzijn vinden het opvallend dat Van Roosbroeck het bevel niet wist tegen te houden.

Het personeel van Diesterweg werkt die nacht tot middernacht om de villa klaar te maken voor de ontruiming. Voedingsmiddelen, dekens en lakens worden overgebracht naar het Irishof en het scholencomplex in de Oranjestraat. Overige materialen worden veilig opgeborgen in de oostvleugel, achter slot en grendel. De honderdzeventig kinderen worden per trein van station Heide naar het Noorderstation vervoerd. Ouders kunnen hun kinderen ophalen in de Oranjestraat.

Voor zes kinderen van wie geen ouders aanwezig blijken te zijn, wordt opvang voorzien door de organisatie Kinderwelzijn. Er is een mogelijkheid dat het hier gaat om Joodse kinderen. In 1941 verblijven nog enkele Joodse kinderen in de Schoolvilla. Dat weten we omdat uit verslagen blijkt dat zij van de bezetter op bepaalde dagen geen gebruik mogen maken van het openbaar vervoer, zoals de tram. Yvonne Nèvejean (1900-1987), hoofd van de organisatie Kinderwelzijn, slaagt er tijdens de oorlog in om meer dan vierduizend Joodse kinderen te laten onderduiken en zo te redden.24 In de bestuursverslagen van Diesterweg komen regelmatig aanvragen van Kinderwelzijn voor de plaatsing van kinderen voor. Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat de Schoolvilla, na de Duitse opeising, nog in aanmerking komt voor dergelijke activiteiten, die pas in de zomer van 1942 echt op gang komen. Op hetzelfde moment van de bezetting van de Schoolvilla, ontvangt het bestuur van Diesterweg ook een rondschrijven van het provinciaal comité van Winterhulp ‘waarin nog eens herinnerd wordt, dat de D.O verbiedt Joodsche kinderen op te nemen’.25

Op 19 september 1942 nemen een zestigtal Duitse soldaten, koks, verplegend personeel, telegrafisten en onderofficieren hun intrek in de Schoolvilla. De Duitse Kommandeur verblijft in de conciërgewoning. Polderman stelt verbolgen dat het stadbestuur zelfs niet geïnformeerd heeft over het verloop van de evacuatie. Hij blijft echter niet bij de pakken zitten en neemt verschillende initiatieven om de kolonie weer vrij te krijgen en een mogelijke schadevergoeding te verkrijgen. Het aangeven van oorlogsschade blijkt echter geen gemakkelijke zaak te zijn, want deze moet volgens de dienst Oorlogsschade vergezeld zijn van een afschrift van een klacht wegens plundering. Polderman legt een klacht neer tegen ‘onbekenden’ bij de Rijkswacht van Kalmthout: het is duidelijk een zeer delicate zaak.26 Er worden intussen verschillende instanties aangeschreven om te bemiddelen bij de Duitse overheid. Het belangrijkste argument dat wordt gebruikt is dat vooral de niet-confessionele schoolkolonies in beslag worden genomen.

Een maand later wordt de Schoolvilla weer vrijgegeven. De Duitsers hebben het pand in een redelijke staat achtergelaten: enkel de parketvloer heeft erg geleden en er zijn gaten geslagen in de muur om een kachel te installeren. Ook hangt er volgens Polderman een muffe geur in het gebouw. Hij laat onmiddellijk de twee slaapzalen ontsmetten en alles in orde brengen om nieuwe kolonisten te verwelkomen. Op 25 november 1942 heeft de Diesterweg opnieuw een selectie klaar van ongeveer 84 jongens en 85 meisjes. Stadsbussen worden ingezet om de kinderen naar de Heide te brengen. Polderman besluit zijn verslag: ‘’s Avonds feestmaal: een koude plat, rijstpap met boterhammen, een pateeken en koffie. Daarna bal. - Een korte toespraak gehouden tot de kinderen, hun wijzend op de betekenis van dezen dag. Hiermede sluit een periode in de geschiedenis van Diesterweg’s Schoolvilla af die tellen kan.’27

De bevrijding komt dichterbij

In 1944 komen de Duitsers steeds meer in de verdrukking te staan. Een nakende bevrijding hangt in de lucht, maar ook het besef dat er hevig om zal gevochten worden.28 In maart 1944 besluit de Diesterweg de schuilloopgrachten - een gracht verstevigd met hout en gecamoufleerd met planten - te versterken. Vanaf juni 1944 begint de schoolkolonie leeg te lopen. Het is niet duidelijk of er in de zomer nog een vakantiekolonie wordt georganiseerd, maar in september is de villa alleszins verlaten. Op 2 september trekken de geallieerden België binnen. Een dag later trekken leden van het onderwijzend personeel naar Kalmthout. Samen met het dienstpersoneel wacht daar een groep van eenentwintig mensen de bevrijding af. Onder hen de onderwijzer René van Beneden die er een verslag van optekent.29

Op 4 september zien de bewoners vanop het dak van de schoolvilla de eerste tekenen van oorlogsgeweld: verschillende rookpluimen stijgen uit boven het Antwerpse havengebied. Het Britse Tweede Leger bevrijdt die dag Antwerpen. De dag erna heerst er in Heide en Kalmthout een feestelijke stemming en de Belgische vlaggen wapperen aan de gevels. Van Beneden schrijft: ‘Enkele inwoners van Heide-station zijn zoo vrijpostig een paar voorbijrijdende Duitschers gevangen te nemen: de krijgsgevangenen worden geborgen in de wachtzaal van het station. Enkele personen zich uitgevend voor Witte Brigade loopen rond, pakken pinten en worden in hun dronkenschap erg vrijpostig.’ De Duitsers slaan onmiddellijk terug en kogelen een persoon neer. De burgemeester van Kalmthout beveelt alle vlaggen te verwijderen. De euforie bekoelt. Op 9 september vindt er een gigantische ontploffing plaats. Volgens van Beneden vliegen de deuren en ramen van de villa open. Iedereen vlucht naar de schuilloopgracht. De ontploffingen houden een uur aan. Geallieerde jachtvliegtuigen zijn er namelijk in geslaagd om een Duitse munitietrein op weg naar Nederland te identificeren en tot ontploffing te brengen: tweeëndertig wagons met munitie gaan in rook op.30

Stelselmatig druppelen ook de eerste vluchtelingen uit de Antwerpse agglomeratie binnen. Door het hoog aantal vluchtelingen wordt de schoolkolonie opnieuw opgeëist, ditmaal door de gemeente Kalmthout. Verschillende vluchtelingen worden op brancards, begeleid door het Rode Kruis, de schoolkolonie binnengedragen. Na de Duitse bezetters is van Beneden enorm te spreken over zijn nieuwe gasten: ‘Ik moet hierbij verklaren, dat deze geëvacueerde menschen zoo toevallig bijeengebracht, een echte meevaller zijn voor de kolonie. Zij zijn zeer meegaand en onderhouden de lokalen zoo goed mogelijk. Dagelijks worden gangen, trappen, klassen en wc of gekeerd of gedweild. Een bijzondere zorg wordt besteed aan de parketvloer van den hoofdingang. (…) ze zijn vriendelijk en beleefd en vragen niets meer, dan hun tijd van bevrijding hier te mogen afwachten.’ Het personeel van Diesterweg en de vluchtelingen wachten in volle spanning de bevrijding af, die op zich laat wachten. De geallieerden hebben namelijk halt gehouden aan het Albertkanaal en hun focus verlegd naar strategische bruggen in Nederland, de zogenaamde Operatie Market Garden. Deze kent een tegenvallend resultaat, maar ondertussen hebben de Duitse troepen achter het Albertkanaal wel enkele weken respijt gekregen om zich in te graven.

Op 20 oktober lanceren de geallieerden Operatie Suitcase, als onderdeel van een groter plan met als objectief de bevrijding van Noord-Brabant. Het Canadese Eerste Leger trekt vanuit Antwerpen langzaam op richting Essen en Kalmthout. Ondertussen zijn er in Kalmthout steeds meer Duitsers toegestroomd: het beangstigt de bewoners van de Schoolvilla. Valse en tegenstrijdige informatie zorgt ervoor dat ze heen en weer geslingerd worden tussen hoop en wanhoop. Op 24 september valt een groep Duitse soldaten de schoolvilla binnen: ‘De speelzaal is een legerstede. Duitschers loopen in en uit en maken in een paar ogenblikken van gangen en plaatsen echte slijkbanen. Tusschenin vinden ze nochtans den tijd om de meiden eens flink op te nemen. De kolonie is ingepalmd en we voelen het’. De Duitsers camoufleren ook twee artilleriestukken in het bos naast de kolonie. Een week later trekken ze weer weg. Een paar dagen later wordt de kolonie opnieuw overrompeld: nu door Duitse officieren, die de hele nacht pianodeuntjes spelen. Er wordt op de kolonie ook een Funkstelle of radiocommunicatiestation ingericht. Op 4 oktober komt het bericht dat er in Kapellen wordt gevochten: de Duitsers pakken in. De Duitse officieren tonen, volgens van Beneden, veel medelijden met de vluchtelingen en doneren Hollandse klompen en boter. Heel de nacht wordt Kapellen beschoten door de geallieerden: tientallen burgers komen om.31 De geallieerden staan nu voor de antitankgracht, die vóór de oorlog door het Belgische leger werd aangelegd en de Schelde ter hoogte van Berendrecht verbindt met de schans van Massenhoven.

Twee weken houden de Duitsers stand en wordt er over en weer geschoten. Burgers in Kalmthout worden opgeroepen om mee te helpen, om wegen te versperren en bomen om te hakken. Er worden brede antitankgreppels gegraven. In de kolonie houdt iedereen zich schuil in de kelder. Het dorp raakt geïsoleerd: boeren uit de buurt verlenen hulp voor voeding, maar verschillende vluchtelingen hebben dringend medicijnen nodig. Op 11 oktober vliegen er kogels binnen in de bureau en de eetzaal. Granaten vliegen over de kolonie. Twee dagen later zien de koloniebewoners door de ramen Belgische helmen voorbij sluipen. Van Beneden stelt: ‘De belegering van Kalmthout duurt nu al 8 dagen. We beginnen de moed te verliezen’. Een deel van Kalmthout is bevrijd, maar de Duitsers blijven felle weerstand bieden en zetten een hevige tegenaanval in. Het personeel van Diesterweg en de vluchtelingen besluiten om de kolonie te verlaten. Ze moeten verschillende Canadese controles omzeilen: ‘Het lukt en we komen weldra op den Putschen steenweg. Putte in ’t zicht met wapperende Belgische vlaggen. We zijn er door!?. En nu in één adem naar huis’.

Diesterweg te Heide na de oorlog

Pas op 27 oktober 1944 worden de Duitsers uit het naburige dorp Essen verdreven. Kalmthout heeft zwaar geleden onder het oorlogsgeweld in die laatste dagen van de bevrijding. Boerderijen gaan in vlammen op, de kerktoren wordt opgeblazen en talloze burgers komen om. De Diesterweg Schoolvilla komt echter vrij ongeschonden uit de strijd. De oorlog is echter nog niet voorbij. De kolonie Irishof wordt bijna volledig vernietigd door een vliegende V1-bom. De schoolkolonie te Heide wordt in de nadagen van de bevrijding door het Engelse leger gebruikt. Het verblijf van de Engelsen richt grote schade aan: vloeren en banken worden opgestookt en de muurschilderingen zwaar beschadigd. Diesterweg besluit klacht neer te leggen, maar dit wordt afgeraden door de gemeente die stelt dat ‘men daar in eer en geweten eens goed moet over nadenken’.32 Een klacht tegen de bevrijders ligt duidelijk moeilijker dan één tegen de Duitse bezetter - die overigens tijdens de oorlog wordt geseponeerd.

Na de oorlog stelt het bestuur van Diesterweg’s Hulpkas zich de vraag: ‘Zal men na den oorlog, de eerste jaren vooral, een kolonie aantrekkelijk blijven vinden: tal van families zijn jaren uiteen geweest. Men zal als reactie trachten samen te blijven, zoodat alleen zwakke kinderen voor kolonieverblijf zullen aangewezen zijn’.33 Deze vrees is echter ongegrond: de kolonie wordt heropgebouwd en gerenoveerd naar moderne eisen. De Schoolvilla kent een naoorlogse bloeiperiode. In 1963 kan de Hulpkas de stijgende kosten echter niet meer dragen en wordt het domein overgedragen aan de stad. Het domein wordt opgenomen in het patrimonium van het Stedelijk Onderwijs en gebruikt om bosklassen en vakantieverblijven te organiseren voor de Antwerpse schooljeugd. De gemeente Kalmthout heeft op dit moment de voormalige schoolkolonie in erfpacht.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Liberas, Achief Diesterweg’s Hulpkas voor Behoeftige Schoolkinderen (Antwerpen) (Archief nr. 2), 14, Stukken met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog.

2. Liberas, Archief Diesterweg, 2.3, verschillende verslagen van de bestuursvergadering voor de periode 1938-1950.

3. Huib Serneels, Het 20-jarige bestaan van Diesterweg’s Hulpkas (Drukkerij Gust Janssens, Antwerpen: 1914).

4. Herwig De Lannoy, ‘Temmerman, Hypoliet’, in: Digitale Encyclopedie van de Vlaamse Beweging (2023). 

5. Cois van Aelst, Van Broodjeskapel tot Stad der scholen. 175 jaar stedelijk onderwijs Antwerpen (Antwerpen: Stedelijk Onderwijs Antwerpen, 1994).

6. In 1902 sticht de juwelier Karel Verdickt de Kring voor Schoolkolonie Diesterweg, later omgedoopt in De Mieren. Er zijn verschillende afdelingen met namen zoals de Voskes.

7. Voor meer informatie over het ontstaan en geschiedenis van de spoorlijn, zie www.onroerenderfgoed.be geconsulteerd op 12.05.2025.

8. Serneels, Het 20-jarige bestaan van Diesterweg’s Hulpkas, 21.

9. Citaat overgenomen uit het verslag over de geschiedenis van spoorlijn 12.  

10. ‘Ontwerp-plan eener bestendige schoolkolonie’, in: Ons Woord, tolk van Diesterweg,  januari 1903.

11. Steven van Durme, ‘De openluchtschool: van beweging tot architectuur’, (Licentiaatsverhandeling, UGent, 2001) 34-36.

12. Liberas, Archief Diesterweg, Bestuursvergadering, 20 oktober 1942.

13. ‘Een schoolvilla’, in: Het Volk, 20 juli 1904.

14. Op Liberas.eu verscheen er een uitgebreidere tekst over de activiteiten van Diesterweg tijdens de Eerste Wereldoorlog. 

15. Liberas, Archief Diesterweg, Bestuursvergadering 26 juni 1940.

16. Liberas, Archief Diesterweg, Bestuursvergadering, 2 juli 1940.

17. Liberas, Archief Diesterweg, Bestuursvergadering 26 juni 1940.

18. De ‘Duitse kolonie’ van Antwerpen was een benaming voor het groot aantal Duitse immigranten dat in de negentiende eeuw een zichtbare stempel drukte op de stedelijke samenleving. Ze kende enkele belangrijke ondernemersfamilies, die een grote culturele en maatschappelijke impact hadden. Die Duitse gemeenschap was goed georganiseerd (met eigen winkels en hotels) en daarom ook zo zichtbaar in het publieke leven.

19. Jean Speth (1885-1961) is de zoon van Fréderic Speth, die de firma Fr. Speth & Co stichtte - de firma ligt aan de basis van de American Petroleum Company. Jean Speth was liberaal gemeenteraadslid (1912-1951) en burgemeester (1933-1946) van Kapellen. Frans Jacobs verving hem als oorlogsburgemeester.

20. Liberas, Archief Diesterweg, Bestuursvergadering, 18 mei 1942.

21. Lees er meer over op de website van de het American Air Museum, geconsulteerd op 12.05.2025.

22. Op 5 april 1943 bombarderen Amerikaanse bommenwerpers de Duitse wapenfabriek Erla in Mortsel. Het grootste deel van de bommen valt echter op een nabijgelegen woonwijk. Er vallen honderden burgerslachtoffers.

23. Liberas, Archief Diesterweg, Verslag over de bezetting door Jan Polderman, 1942.

24. Carmon Romane, ‘Nèvejean Yvonne’, Belgium WWII, geconsulteerd op 12.05.2025.

25. Liberas, Archief Diesterweg, Bestuursvergadering, 18 mei 1942. 

26. Liberas, Archief Diesterweg, Bestuursvergadering, 14 oktober 1942.

27. Liberas, Archief Diesterweg, Bestuursvergadering, 29 november 1942.

28. Het heemkundige initiatief ‘Heide Vertelt’ brengt interessante historische verhalen die een inkijk geven in het dorpse leven tijdens de oorlog. Zie: heidevertelt.be.

29. Liberas, Archief Diesterweg, A196, Verslag René van Beneden over de bevrijding.

30. Nog decennia later wordt deze plek ‘het bommenspoor’ genoemd. In 1946 komen er vijf Belgische soldaten om tijdens het ontmijnen. Het is pas in 2014 dat Infrabel de volledige spoorbedding laat afgraven en saneren.

31. Ze zijn daar! De provincie Antwerpen bevrijd in 1944 (Toerisme provincie Antwerpen, Antwerpen: 2019).

32. Liberas, Archief Diesterweg, A196, Verslag René van Beneden over de bevrijding.

33. Liberas, Archief Diesterweg, Bestuursvergadering, 10 mei 1945.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Nathan Lauwers, "De Diesterweg Schoolkolonie tijdens de Tweede Wereldoorlog", Liberas Stories, laatst gewijzigd 16/12/2025.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Liberas heeft geprobeerd alle rechthebbenden op beeldmateriaal te contacteren. Personen of organisaties die zich alsnog in hun rechten voelen geschaad nemen contact op met Liberas vzw, Kramersplein 23, 9000 Gent.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op