Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.

Deprecated: Function strftime() is deprecated in /data/sites/web/webdoosio/subsites/klanten.webdoos.io/liberas/views/magazineartikel.php on line 13
Reeks

HLN 1939-1945 | 4. Het Laatste Nieuws in Frankrijk

Als gevolg van de Duitse inval van 10 mei 1940 trekt Julius Hoste samen met zijn gezin, enkele medewerkers en materiaal van Het Laatste Nieuws richting Belgische kust, in de hoop daar zijn krant vanuit onbezet gebied te kunnen uitgeven. Door de snelle Duitse opmars zijn ze echter al snel verplicht verder te vluchten richting Frankrijk, waar ze terechtkomen in en rond Limoges.

Sébastien Baudart
17 December 2025

Leden van de regering-Pierlot gezien door Philippe Swyncop en Jacques Ochs op de cover van Pourquoi Pas?: Hubert Pierlot (3 maart 1939), Paul-Henri Spaak (12 november 1937), Henri Denis (23 september 1938), Arthur Vanderpoorten (11 augustus 1939), Paul-Emile Janson (19 november 1937) en Camille Gutt  (23 november 1934).

Journalisten, parlementsleden en ministers op de dool

Op 26 mei 1940, vier dagen nadat de karavaan van Julius Hoste en de apart reizende journalisten Limoges bereikten, komt ook een Belgische parlementaire delegatie in de Franse stad aan.1 De volksvertegenwoordigers waren op 13 mei met de trein uit Brussel vertrokken en belanden na omzwervingen langs Ieper, Oostende, Boulogne, Le Touquet, Abbeville en Rouen nu uiteindelijk in Limoges.

Dezelfde 26e mei vergadert de herenigde Belgische regering[ii] ’s avonds op de Belgische ambassade in Parijs, nadat ze eerder van Brussel naar Oostende, en op 18 en 19 mei via De Panne naar Frankrijk trok. De daaropvolgende dagen doken de ministers in verspreide slagorde op in onder andere Sainte-Adresse (waar de Belgische regering zich tijdens de Eerste Wereldoorlog vestigde), Parijs, Villeneuve, Londen, Bordeaux, Cahors en Poitiers, de residentiestad die ze op 21 mei door de Franse regering kregen toegewezen. Het is de eerste ministerraad sinds 18 mei, eerste minister Hubert Pierlot en ministers Paul-Henri Spaak (Buitenlandse Zaken), luitenant-generaal Henri Denis (Landsverdediging) en Arthur Vanderpoorten (Binnenlandse Zaken) zijn nog maar pas via Duinkerke en Londen overgekomen uit België. Ze waren in eerste instantie in de omgeving van Brugge in de buurt van koning Leopold III gebleven, maar verlieten hem op 25 mei na zijn - voor hen onbegrijpelijke - beslissing om de regering niet te volgen naar Frankrijk om daar de strijd voort te zetten (voor Leopold had België door zich te verdedigen tegen de Duitse inval immers zijn taak volbracht) én zijn intentie om onder Duitse bezetting te regeren met nieuw aangestelde ministers.

Koning Leopold III, s.d.

Leopold III legt de wapens neer

In de namiddag van 27 mei beslist koning Leopold III om zijn leger te laten capituleren. Hij vindt de situatie waarin het Belgisch leger zich dan bevindt uitzichtloos (het is volledig uitgeput en als gevolg van de Duitse opmars richting de Noord-Franse kust omsingeld) en wil verder nutteloos bloedvergieten voorkomen. De onvoorwaardelijke overgave van het Belgische leger gaat in de loop van de nacht officieel in. Het is een puur militaire beslissing van Leopold als opperbevelhebber, de regering is hierbij niet betrokken en dekt de capitulatie dus ook niet. Er komt ook geen voorafgaand overleg met de Franse en Britse garanten aan te pas, maar ze worden wel op de hoogte gebracht, én de overgave ligt gezien de omstandigheden wel in de lijn van de verwachtingen.

Paul Reynaud door Jacques Ochs. (Cover van Pourquoi Pas?, 23 juli 1937).

De volgende morgen, 28 mei om half negen, reageert de Franse eerste minister3 Paul Reynaud in een - ook in België te horen4 - radiotoespraak5 zeer verontwaardigd en aanvallend tegen Leopold, die met zijn eenzijdige beslissing de in België en Noord-Frankrijk strijdende Franse en Britse troepen in de steek laat. In zijn verder relatief strijdvaardige toespraak (‘Notre foi dans la victoire reste intacte’) trapt Reynaud ook nog na naar Leopolds neutraliteitspolitiek. Eerlijkheidshalve geeft hij ook mee dat de Belgische regering niet achter de beslissing van Leopold staat en zelfs bereid is vanuit Frankrijk mee te werken aan de Franse bewapening. Maar ondanks deze strenge veroordeling van Leopolds beslissing komt de capitulatie van het Belgische leger de Franse regering ook van pas. Ze is een ideale zondebok voor de aankomende Franse nederlaag, en tegelijk ook een signaal van Reynaud naar de ‘defaitisten’ in zijn eigen regering. De Franse pers versterkt met titels over het ‘verraad’ van Leopold het effect van de toespraak. Een vijandige houding van de Fransen tegenover Belgische vluchtelingen is jammer genoeg het gevolg.

Na Franse vertragingsmanoeuvres mag in de late namiddag ook Hubert Pierlot op de radio een toespraak6 houden, gevolgd door een Nederlandstalige versie door minister Vanderpoorten. Op vraag van de Fransen werd hun door de Belgische ministerraad goedgekeurde tekst tot het laatste moment gewijzigd.

De Parijse krant Le Journal van 29 mei 1940, met de toespraak van Pierlot op de voorpagina. (Bron gallica.bnf.fr / BnF).

Pierlot en zijn regering gaan er verkeerdelijk van uit dat Leopold niet enkel tot overgave van het leger beslist heeft, maar ook onderhandelingen met de Duitsers gestart is, en dus zijn grondwettelijke boekje te buiten gegaan is. De ministers verklaren op de radio dus onder andere dat de daad van Leopold ‘zonder wettelijke waarde’ is en het land niet bindt. De koning is bovendien de enige verantwoordelijke voor wat gebeurde, ‘de daad van één man kan de gansche Natie niet aangewreven worden’. De conclusie van de regering luidt dat de koning de band met zijn volk verbroken heeft en zich ‘niet meer in de mogelijkheid te regeeren’ bevindt, ‘want de functie van Staatshoofd kan vanzelfsprekend niet uitgeoefend worden onder het toezicht van een vreemde Macht.’ Officieren en ambtenaren zijn niet meer gebonden aan hun eed van trouw aan de koning, de ministerraad neemt voorlopig de grondwettelijke bevoegdheden van de koning over, én de regering zet samen met de geallieerden de strijd voor de Belgische onafhankelijkheid voort. Na de aanval van Reynaud pakt de Franse pers ook met deze toespraak breed uit. Op de houding van de Fransen tegenover de vluchtelingen heeft de toespraak van Pierlot wel een positief effect.7

Albert de Gobart door Jacques Ochs. (Cover van Pourquoi Pas?, 20 maart 1925).

Journalisten en parlementsleden in actie

Ook Belgische journalisten in Frankrijk voelen de nood om onmiddellijk op de situatie te reageren, zoals de achttien persmannen die op 28 mei via het persagentschap Havas8 een breed opgepikt manifest9 naar de Franse pers verspreiden. Daarin beschuldigen ze Leopold van verraad, vragen ze aan Frankrijk om België niet gelijk te stellen met de ‘roi félon’, verlangen ze de vorming van een voorlopige regering en stellen ze dat het België van 1914-1918 trouw blijft aan zijn bondgenoten. Besluiten doen ze met ‘Le roi est mort. Vive la Belgique!’ Bij de ondertekenaars vinden we op de eerste plaats Albert de Gobart, voorzitter van de Association des journalistes belges en France, en verder een heterogeen gezelschap van gevluchte journalisten van Le Soir en diverse andere Belgische kranten en tijdschriften, redacteurs en correspondenten die vanuit Parijs voor de Belgische pers opereren en Belgische journalisten die voor de Franse pers werken.

En ook de in Limoges aanwezige Belgische journalisten en persverantwoordelijken verspreiden een verklaring na een overleg op 29 mei.10 Vertegenwoordigers van Het Laatste Nieuws, La Dernière Heure, Le Vingtième Siècle, Le Peuple, La Métropole, De Volksgazet, Vooruit, La Meuse en De Nieuwe Gazet bevestigen hierin ‘de in Brussel door alle kranten genomen beslissing om in geen enkel geval onder Duitse bezetting te verschijnen’.11 Daarnaast uiten ze hun vertrouwen in het herstel van een onafhankelijk België en hun gehechtheid aan de grondwettelijke vrijheden, betuigen ze eer aan het Belgisch leger én sluiten ze zich aan bij de regeringsverklaring ‘die de capitulatie en de ongrondwettelijke houding van de koning veroordeelt’.12 Daarnaast bedanken ze in naam van de Belgische vluchtelingen het Franse volk en de Franse overheid voor de ‘broederlijke ontvangst’, om uiteindelijk te verklaren dat ze zich ‘sans réserve’ ter beschikking stellen van de overheden ‘pour éclairer la population belge et collaborer à la mobilisation de toutes les forces vives de la nation contre l’agression allemande.’ Volgens naoorlogse verklaringen13 van Mark Belloy, redacteur van Het Laatste Nieuws, zou het om een initiatief van de Algemeene Belgische Persbond gaan én weigerde hij zelf de verklaring te ondertekenen.

Robert Gillon door Jacques Ochs. (Cover van Pourquoi Pas?, 5 mei 1939).

Op 31 mei volgt in het stadhuis van Limoges onder grote persbelangstelling een officieuze bijeenkomst van Belgische parlementsleden, samengeroepen door de Kamer- en Senaatsvoorzitters Frans Van Cauwelaert en Robert Gillon. Hierop zijn een 140-tal volksvertegenwoordigers en senatoren aanwezig, en ook de meeste Belgische ministers zijn voor de vergadering naar Limoges gekomen. Na een bewogen zitting, die deels publiek en deels achter gesloten deuren plaatsvindt en waarin harde woorden vallen over de koning, laat Kamervoorzitter Van Cauwelaert er unaniem een al bij al gematigde motie aannemen. Daarin klagen de parlementsleden de capitulatie aan en verklaren ze zich solidair met de regering ‘die heeft vastgesteld dat het voor Leopold III juridisch en zedelijk onmogelijk is te regeren.’14

Na de parlementszitting blijft Arthur Vanderpoorten nog enkele dagen in Limoges. De meeste andere ministers trekken dezelfde 31 mei nog naar Poitiers, waar veel Belgische ministeries zich al sinds enkele dagen op aanwijzen van de Franse regering aan het installeren zijn, en waar ook het persagentschap Belga15 zich gevestigd heeft. Een aantal ministers, onder anderen Pierlot, De Schryver, Spaak en Gutt, reizen vanuit Poitiers naar Parijs, de twee laatsten trekken de daaropvolgende dagen verder naar Londen.

Charles d'Aspremont Lynden. (Uit Het Belgisch parlement 1894-1969).

In Poitiers is het Hôtel de France de plek waar de ministers meestal samenkomen en waar veel andere Belgische prominenten rondhangen. Ook Julius Hoste, die er onder andere probeert zijn invloed16 te laten gelden en te lobbyen om vanuit Franrijk een krant te mogen uitgeven. Eind mei heeft hij er een kleine aanvaring met Charles d'Aspremont Lynden, de rechts-katholieke minister van Landbouw, over de aanwezigheid van journalist en kunstcriticus Paul Colin, die daar ook opgedoken is. Deze hoofdredacteur en uitgever van het rechtse weekblad Cassandre is een zeer controversiële figuur, zijn ultraneutralistische campagnes tijdens de schemeroorlog leverden hem in politieke en perskringen het verwijt de Duitsers in de kaart te spelen.

Paul Colin. (Het Laatste Nieuws, 16 april 1943: 1).

Colin was na de Duitse inval op 10 mei, net als enkele duizenden andere ‘verdachte’ communisten, nationaalsocialisten, rexisten, Vlaams-nationalisten en buitenlanders, op vraag van de Staatsveiligheid door de Belgische politiediensten opgepakt, maar twee dagen later al vrijgelaten na tussenkomst van d’Aspremont Lynden. Volgens La Meuse van 2 juni is Hoste zowel verbaasd als bezorgd over de vrijlating en verklaart hij: ‘Nous sommes tous ici des journalistes intègres, nous ne désirons pas qu’on nous confonde avec d’autres.’ Met andere woorden: voor Hoste is alleen al de aanwezigheid van Colin tussen andere journalisten een bedreiging voor het imago van zijn beroepsgroep. Kort na het incident wordt Colin opgepakt door de Sûreté nationale.17

‘[…] ’hotel de France, immense pétaudière, […]. L’hotel est une ruche bourdonnante de bavards, fonctionnaires et autres. Autour des tables et des sièges, gravitent des gens qu’on s’étonne de trouver en ce coin de la Vienne. Tous paraissent non seulement parfaitement au courant des événements, mais croient jouer un rôle de premier plan. Les bruits les plus fantaisistes circulent. Souvent, on y accorde crédit. Très souvent aussi, une nouvelle subséquente vient en démontrer le peu de fondement.’18

(Pierre Van Outryve d’Ydewalle, kabinetschef van Hubert Pierlot, over zijn verblijfplaats, 31 mei 1940.)

August Woulff. (Het Laatste Nieuws, 16 mei 1942: 2).

August Woulff

Binnen Het Laatste Nieuws is hij de redacteur met de langste staat van dienst. August Woulff, geboren in Brussel op 11 december 1879, werkt al sinds 1 augustus 1911 voor de krant. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wordt sergeant Woulff opgeroepen door het Belgisch leger, waar hij wordt ingedeeld bij de genietroepen die de vesting Antwerpen verdedigen. Van 10 oktober 1914 tot het einde van de oorlog is hij geïnterneerd in Nederland, waar hij een Militair handwoordenboek Fransch-Nederlandsch en Nederlandsch-Fransch redigeert. Het woordenboek verschijnt in 1917 vanuit Den Haag en levert Woulff in militaire kringen enige bekendheid op.

Tijdens het interbellum speelt Woulff een belangrijke rol in het Vlaams-Brusselse verenigingsleven, onder andere als medeoprichter van de turnvereniging Jong Brussel en als eerste voorzitter van de caritatieve, aan Het Laatste Nieuws gelieerde, vereniging Kindergeluk. In 1927 neemt hij ontslag uit deze functie om gezondheidsredenen.

Op Het Laatste Nieuws is hij vanaf het begin van de jaren 1930 een van de twee redactiesecretarissen, een functie waarin hij volop zijn taalgeleerdheid (zoals een van zijn collega’s het beschrijft) kan inzetten. ‘Het juiste woord voor het juiste begrip’ is een van zijn grootste bezorgdheden, net als een correct gebruik van interpunctie en het vermijden van gallicismen. Ter attentie van de lokale correspondenten van de krant stelt hij tijdens de jaren 1930 de brochure Taalkundige Wenken voor berichtgevers en medewerkers van Het Laatste Nieuws samen. Naast zijn ‘streven naar taalzuivering en taalveredeling’ staat hij op de redactie ook bekend om zijn welwillendheid, zijn begrip, maar ook ‘de strenge eischen [die hij] aan zijn redakteurs kon stellen.’  In de loop der jaren krijgen veel Het-Laatste-Nieuws-redacteurs ‘hun eerste journalistieke opleiding’ van Woulff, waarna hij hen dagelijks blijft voorzien van ‘tallooze kleine en groote wenken’,  zowel ‘op vak- als op taalkundig gebied.’19

Een Franse doorstart voor Het Laatste Nieuws

Volgens naoorlogse getuigenissen van de in Frankrijk belande redacteurs Mark Belloy, Marcel De Ceulener, Joris De Maegt en August Woulff loopt het contact met hun directie daar niet zo vlot.20 De journalisten vestigen zich in Châlus, in de omgeving van Limoges, en krijgen geleidelijk aan de plannen te horen om vanuit Frankrijk Het Laatste Nieuws uit te geven voor de Vlaamse vluchtelingen. Maar ze voelen zich in de steek gelaten en raken moeilijk bij Hoste, die zich afschermt. Hij laat liever zijn hoofdredacteur Marcel Stijns en zijn administratief directeur Cyriel Baeyens de contacten verzorgen. Volgens Belloy wenden de zonder werk zittende journalisten zich, op zoek naar bronnen van inkomsten, uiteindelijk tot de liberale minister Arthur Vanderpoorten, die Belloy kent van bij Librado.21 Vanderpoorten verwijst hen echter door naar Hoste. De relatie tussen beide boegbeelden van het Vlaamse liberalisme lijkt trouwens een complex gegeven: in december 1941 noteert Hoste in zijn dagboek hoe hij er alles aan deed om Vanderpoorten minister te laten worden, maar dat deze hem sindsdien, en hij verwijst daarbij ook naar Limoges, ‘liever niet in vertrouwen nam.’22

Theo Bogaerts in 1936.

Er is weinig bekend over de pogingen tot Franse doorstart van Het Laatste Nieuws. Een eerste poging zou gekelderd zijn door de Belgische capitulatie, die amper zes dagen na aankomst van de delegatie van de krant plaatsvindt. Maar Hoste geeft niet op en probeert verder. Hij staat ook niet alleen: ook Belgische parlementsleden, ministers en andere journalisten ijveren voor de creatie van een Belgische pers in Frankrijk. Op 3 juni krijgt Frans Van Cauwelaert een brief van de katholieke journalist Theo Bogaerts, waarin deze suggereert dat de regering ‘den stimulans zou moeten geven voor het in het leven roepen van een tweetalig blad ten behoeve der Belgische vluchtelingen op allerlei gebied’. Vier dagen later schrijft Van Cauwelaert als aantekening in de marge van de brief van Bogaerts: ‘Hoste denkt aan een blad. De regeering niet.’23

Hubert Pierlot. (Uit Le Parlement Belge 1930). 

Toch ging de ministerraad op 1 juni al akkoord met de oprichting van een Franstalige en een Vlaamse krant ‘die van de steun van de regering zouden genieten.’24 Op 8 juni hebben Pierlot en Vanderpoorten het tijdens een radiotoespraak25 (Pierlot in het Frans, Vanderpoorten in het Nederlands) over het ‘weldra’ verschijnen van ‘een Belgisch nieuwsblad’, in een Nederlandstalige en een Franstalige versie, ‘met al de inlichtingen en richtsnoeren die onze landgenooten kunnen aanbelangen.’ Deze geplande kranten voor de in Frankrijk verblijvende Belgische vluchtelingen vormen een onderdeel van de voorzieningen die de regering-Pierlot, tussen de chaos en het improviseren door, voor haar landgenoten uitbouwt of wenst uit te bouwen, zoals bijvoorbeeld ook de oprichting van Belgische scholen. Anderhalf tot twee miljoen Belgische vluchtelingen zijn door de Duitse inval immers in Frankrijk beland. En die worden best ook geïnformeerd over de activiteiten van de Belgische regering, zoals Paul-Emile Janson, de liberale minister van Justitie, op de ministerraad van 6 juni26 aangeeft. Voor de informatievoorziening van deze vluchtelingen zien trouwens ook creatieve oplossingen het licht, zoals de publicatie van een in het Nederlands opgestelde ‘Belgische Kroniek’27 in de kranten Centre et Ouest en Poitiers-Soir vanaf 9 juni.

Pierlot en Vanderpoorten verwijzen in hun radiotoespraak ook naar een van de doelstellingen van de nieuwe kranten, namelijk ‘onder alle Belgen, hier in Frankrijk, een vaderlandschen geest te onderhouden die onze gemeenschappelijke redding moet bewerken’. Op dat moment is het volgens hen nog de bedoeling om teruggetrokken Belgische troepen en in Franse opleidingscentra verzamelde Belgische jongeren vanuit Frankrijk aan een tegenoffensief te laten deelnemen om ‘ons geliefd Vaderland’ ‘zijn onafhankelijkheid en den eerbied zijner vrijheden terug [te] schenken.’

Doorslag van een brief van Arthur Vanderpoorten aan Hubert Pierlot, 9 juni 1940. 

Het is voor Pierlot en Vanderpoorten op persgebied wat aftasten wie waarvoor bevoegd is. De dienst Censuur behoort tot het departement Binnenlandse Zaken, terwijl de dienst Pers tot het departement van de eerste minister behoort. In een brief28 van 9 juni informeert Vanderpoorten zijn ‘cher Premier Ministre’ - die pas de dag voordien (als gevolg van de evacuatie uit de Franse hoofdstad) Parijs inruilde voor Poitiers - over zijn kijk op de zaak én vraagt hij om diens akkoord ‘in verband met de te volgen weg voor de te geven toestemming voor de verschijning van kranten of tijdschriften.’29 Voor de bevoegdheden ziet Vanderpoorten drie opties: censuur en pers samenbrengen bij het ene of het andere departement of, zoals tot dan toe gedaan is, ‘tussen de twee departementen een brug creëren om dagelijks contact te houden.’30 Zoals hij op 5 juni31 al per brief aan Pierlot liet weten, volstaat het volgens Vanderpoorten niet om te schrappen in de kopij die de kranten voorleggen, maar moeten deze ook geïnspireerd worden, en naast richtlijnen ook ‘de nodige artikels en interviews’ krijgen.

Paul-Emile Janson. (Het Laatste Nieuws, 23 juni 1939).

Nog een dag later, op 10 juni, is de verschijning van Het Laatste Nieuws een agendapunt op de ministerraad, die in Poitiers plaatsvindt.32 Minister Janson informeert er zijn collega’s dat Julius Hoste bereid is om in Frankrijk een Vlaamse krant te publiceren, die in de beginfase waarschijnlijk wekelijks zal verschijnen. Hoste stelt wel als voorwaarde dat de Wisselbank de conversie van een deel van zijn geld zou vergemakkelijken, waarop Camille Gutt zich als minister van Financiën engageert daartoe de nodige instructies te geven. De notulen vermelden dat de ministerraad ‘zijn akkoord geeft voor de verschijning van een Vlaamstalig orgaan onder directie van de heer Julius Hoste.’

Arthur Wauters. (Uit Het Belgisch parlement 1894-1969).

Tegelijkertijd benoemt de ministerraad de socialist Arthur Wauters, die van september 1939 tot januari 1940 minister van Nationale Inlichting was, tot hoofd van een Informatie- en propagandadienst. Deze dienst krijgt als taak de publicatie van een Franstalige en een Vlaamse krant te organiseren. Wauters krijgt daartoe de medewerking van Julius Hoste en burggraaf du Bus de Warnaffe toegewezen.

De volgende dag, in haar editie van 11 juni, meldt de Belgisch-Congolese krant Le Courrier d’Afrique33 dat weldra twee Belgische kranten in Frankrijk zullen verschijnen: Het Laatste Nieuws vanuit Poitiers en Le Soir vanuit Limoges. Tegelijk deelt Le Courrier d’Afrique ook mee dat zowel La Libre Belgique, La Nation Belge als La Gazette de Charleroi de toelating gevraagd hebben om in Frankrijk te herverschijnen.

August De Schryver. (Uit Het Belgisch parlement 1894-1969). 

Het hele regeringsinitiatief voor een Nederlandstalige en een Franstalige krant blijkt deels ook uit een reactie op La Meuse, die sinds 15 mei als Belgische krant vanuit Parijs verschijnt en oplages tot 75.000 exemplaren haalt. Deze is ‘sinds half mei geweldig Fransgezind geweest’ 'en doet veel kwaad’34, schrijft de katholieke minister August De Schryver over 11-12 juni34 in zijn dagboek. De Schryvers opmerking gaat onder andere over hoofdredacteur (en liberaal senator) Olympe Gilbart, die in zijn krant Leopold III in zeer harde bewoordingen durft aan te vallen35, terwijl de regering - nu blijkt dat Leopold toch geen politieke onderhandelingen met de Duitsers gestart is en ook geen nieuwe regering gevormd heeft - vooral de gemoederen wat wil bedaren.

Daarnaast veroorzaakt Gilbart ook een ingreep van de Belgische censuuradministratie door een artikel waarin hij de Belgische regering op een heftige manier aanvalt.36 Een ontevreden Gilbart dreigt daarop aan de telefoon zijn artikels rechtstreeks aan Franse kranten te bezorgen, wat de Belgische censoren bij hun Franse collega’s actie laat ondernemen om artikels geschreven door Belgen, over België en voor Franse kranten ook te onderwerpen aan de Belgische censuur.

Parade van Duitse soldaten aan de Parijse Arc de Triomphe, juni 1940. (Wikimedia Commons - Bundesarchiv, Bild 101I-751-0067-34 / Kropf / CC-BY-SA).

En nu?

Uiteindelijk verschijnt er geen versie van Het Laatste Nieuws in Frankrijk. Ook het Franse leger is niet opgewassen tegen de verder oprukkende Duitse troepen, die op 9 juni Rouen bereiken. Parijs wordt bedreigd langs het oosten en het westen, de Franse regering verlaat op 10 juni de hoofdstad (die kort daarop ‘open stad’ verklaard wordt) en ook de Belgische ambassade vertrekt. Op 9 juni trok de redactie van La Meuse38 vanuit Parijs al verder naar Nantes. Bovendien verklaart op 10 juni ook Italië de oorlog aan Frankrijk en Groot-Brittannië. De Duitsers bereiken Parijs op 14 juni, Orléans volgt de 16e en de daaropvolgende dagen gaat de Duitse opmars verder richting zuiden en Atlantische kust.

De regering van haar kant lonkt op dat moment naar Engeland, beslist tijdens een ministerraad op 15 juni zelfs om de oversteek te maken, maar gaat niet in op het concrete Britse voorstel om de ministers (zonder hun gevolg) per vliegtuig te evacueren. Van andere pistes om het Kanaal over te steken komt de komende dagen ook niets terecht.

Uit Poitiers moeten ze op vraag van de Franse regering wel weg, aangezien de Fransen hun eigen hoofdkwartier in de stad willen installeren. De Belgische regeringsdiensten krijgen Sauveterre-de-Guyenne toegewezen, een landelijke gemeente ten zuidoosten van Bordeaux. Maar wanneer ze Poitiers op 17 juni verlaten, besluiten de ministers eerst naar Bordeaux zelf te trekken, waar ze elkaar moeten terugvinden op 18 juni.

Maarschalk Philippe Pétain door Jacques Ochs. (Cover van Pourquoi Pas?, 30 januari 1931).

Ondertussen is de Franse regering in een crisis beland. Premier Reynaud vindt in zijn regering en entourage onvoldoende steun om de strijd voort te zetten en biedt op 16 juni zijn ontslag aan. Hij wordt opgevolgd door vicepremier en ‘maréchal de France’ Philippe Pétain, die een heldenstatus overhield aan de Eerste Wereldoorlog. Reeds op de middag van 17 juni verklaart Pétain op de radio, tot verbijstering van veel Fransen, dat de strijd moet worden gestaakt en dat hij samen met de Duitsers onderzoekt op welke manier dit kan gebeuren.

Cover van La Belgique au carrefour, de in 1971 uitgegeven oorlogsmemoires van Camille Gutt.

In zijn memoires beschrijft Camille Gutt hoe in het door vluchtelingen overspoelde Bordeaux het Franse defaitisme zich ook in de Belgische leidende kringen verspreidt. Er rijst ook twijfel over de Britse voortzetting van de strijd. De Belgische regering ziet geen uitweg meer en lijkt geneigd haar lot aan dat van Frankrijk en de Franse regering te verbinden. Tijdens twee ministerraden op de ochtend van 18 juni beslist de verdeelde regering, onder de indruk van de omstandigheden, om uiteindelijk toch niet naar Engeland te vertrekken, maar ter plaatse de gebeurtenissen af te wachten. Ontslag nemen wordt een optie, en de ministers bereiden zich zelfs voor om Duitse officieren te ontmoeten en eventueel gevangen te worden genomen.

Marcel-Henri Jaspar, [1936-1937].

Zowel Gutt als Albert De Vleeschauwer, de katholieke minister van Koloniën, die wél naar Engeland zouden willen vertrekken, leggen zich neer bij de meerderheid in de regering. Marcel-Henri Jaspar, de liberale minister van Volksgezondheid, kan zich echter niet verzoenen met de beslissing en onttrekt zich aan de ministeriële solidariteit. Hij vertrekt nog in de namiddag van 18 juni met zijn joodse echtgenote naar Engeland vanuit Le Verdon-sur-Mer, de voorhaven van Bordeaux aan de monding van de Gironde. Zijn collega’s nemen publiek afstand van dit vertrek en beschouwen hem enkele dagen later als postverlater: voor hen heeft hij zichzelf uitgesloten uit de regering.

Albert De Vleeschauwer. (Uit Het Belgisch parlement 1894-1969).

Ook De Vleeschauwer vertrekt uiteindelijk. Net door zijn collega’s benoemd tot administrateur-generaal van Belgisch-Congo, trekt hij in deze functie de 19e met de auto via Spanje naar Lissabon (dat hij de 24e bereikt) om van daaruit de belangen van de Belgische kolonie te verdedigen. Wanneer dit vanuit de Portugese hoofdstad niet blijkt te lukken, én er vanuit verschillende hoeken aan zijn mouw getrokken wordt om naar Londen te trekken, maakt hij op 4 juli dan toch de oversteek naar Engeland. Hij wordt daarmee de eerste volwaardige Belgische minister in functie om de strijd aan de overzijde van het Kanaal voort te zetten.

Frans Van Cauwelaert. (Het Laatste Nieuws, 22 april 1939: 1).

De vlucht van Hoste

Ondertussen maakt ook Julius Hoste opnieuw vluchtplannen.39 Hij trok immers niet enkel weg uit Brussel om zijn krant vanop een alternatieve locatie te kunnen uitgeven, de Britse ambassade zou hem ook getipt hebben dat hij omwille van zijn antifascistische editorialen in Het Laatste Nieuws op een Duitse zwarte lijst stond en dus gevaar liep als hij in bezet gebied terechtkwam. Naar bezet België terugkeren, is in deze omstandigheden geen optie. Wanneer zijn vriend Frans Van Cauwelaert hem op 17 juni vertelt dat de oorlog moet voortgezet worden en dat hij verder reist, deelt Hoste hem mee dat hij die mening deelt en ook van plan is te vertrekken. Beiden denken op dat moment aan de Verenigde Staten als eindbestemming.

Marcel Stijns. (Uit Annuaire Officiel de la Presse Belge 1933: 80).

De vlucht van Hoste

Van Cauwelaert vertrekt40 de dag zelf nog richting Spanje met zijn vrouw en twee van zijn kinderen, op de 18e gevolgd door andere familieleden, onder andere in een door Hoste ter beschikking gestelde bestelwagen van Het Laatste Nieuws. Hoste van zijn kant bekijkt - volgens naoorlogse verklaringen van de in Limoges aanwezige redacteurs - de 17e in het gezelschap van onder anderen Marcel Stijns en Cyriel Baeyens verschillende opties. Hij overweegt in eerste instantie, net als Van Cauwelaert, naar Spanje te vertrekken. Maar in de loop van de namiddag blijkt zijn plan om samen met Stijns per vliegtuig naar het zuiden te vertrekken niet door te gaan.

De redacteurs die over de vertrekplannen horen, willen Hoste graag ontmoeten, maar dat lukt niet zo vlot. Enkel Marcel De Ceulener en August Woulff krijgen hem persoonlijk te spreken, Mark Belloy en Joris De Maegt raken enkel bij Baeyens en Stijns. Belloy vertelt na de oorlog dat de redacteurs van Stijns te horen krijgen dat zij best, zodra een toekomstige wapenstilstand het toelaat, ‘zoo vlug mogelijk’ zouden terugkeren naar Brussel. Ze krijgen ook de boodschap dat ‘de Duitschers de menschen met rust [laten] en de in het land gebleven overheden op hun post behouden [zijn]’41, daarbij onder andere verwijzend naar Brussels burgemeester Joseph Vandemeulebroek.

Cyriel Baeyens in 1928.

Diezelfde 17 juni is ook de dag van het laatste contact van Hoste met Cyriel Baeyens. Hoste overhandigt zijn administratief directeur, die naar eigen zeggen op dat moment van plan is verder te trekken naar Spanje en Portugal, nog 50.000 frank, om zelf te gebruiken of om in Frankrijk verblijvende medewerkers van de krant te helpen. Volgens een naoorlogse verklaring van Baeyens krijgt hij van Hoste ook nog de boodschap ‘Als ge naar Brussel gaat zult ge mijn zaken daar wel regelen.’42

Op de avond van 18 juni heeft Hoste dan weer een laatste gesprek over ‘de toekomst’43 met zijn boekhouder Jan Hereng. De vertrouweling die oorspronkelijk in Brussel zou blijven maar uiteindelijk toch naar Frankrijk vluchtte, plant nu een verdere reis door Frankrijk en krijgt naar eigen zeggen geen verdere richtlijnen van Hoste.

Julius Hoste en zijn echtgenote, Jeanne Persoons, ca. 1936-1938.

De volgende ochtend, 19 juni44, rond zes-zeven uur, vertrekken Julius Hoste, zijn echtgenote Jeanne Persoons en hun zeventienjarige dochter Magda dan toch samen met hoofdredacteur Marcel Stijns vanuit Limoges naar Bordeaux. Stijns vertrekt zonder zijn echtgenote en dochter, die in Frankrijk achterblijven.45 Op het moment dat de Belgische regering verzandt in defaitisme en immobilisme, besluiten de Hostes en Stijns - net als Jaspar een dag eerder - om vanuit Le Verdon-sur-Mer, de oversteek naar Engeland te wagen.

Ze bereiken Le Verdon tegen twee uur in de namiddag, maar inschepen lukt niet probleemloos: een Britse marineofficier die mee instaat voor het beheer van de haven, wil in eerste instantie enkel Hoste, als oud-minister en houder van een diplomatiek paspoort, samen met zijn gezin laten vertrekken. Na een tijd onderhandelen kan Stijns echter toch mee. Het gezelschap kan via een sloep inschepen op de Kasongo46, een Belgische cargo van de Compagnie Maritime Belge die in normale omstandigheden op Congo vaart. Uiteindelijk komen een tweehonderdtal passagiers aan boord van het schip.

De reisroute van het gezin Hoste en Marcel Stijns. 19 juni: Limoges, Bordeaux, Le Verdon-sur-Mer; 21 juni: Falmouth; 23/24 juni: Londen.

De reis duurt iets langer dan voorzien, in gevaarlijke en oncomfortabele omstandigheden. In de monding van de Gironde liggen door Duitse vliegtuigen gedropte magnetische mijnen, op zee komt de Kasongo in zwaar weer terecht en moet het een omweg maken omdat er een Duitse duikboot gesignaleerd is (van de marconist krijgt het gezelschap vertrouwelijk te horen dat drie andere schepen getorpedeerd zijn). Bovendien is de infrastructuur van het vrachtschip niet voorzien op zoveel passagiers en worden deze geconfronteerd met ongedierte. Maar op 21 juni, na een volgens Hoste ‘zwaren en gevaarlijken overtocht’47, bereikt de Kasongo veilig de haven van Falmouth, in het uiterste zuidwesten van Engeland. Enkele dagen later48 bereiken Julius Hoste, Jeanne Persoons, hun dochter Magda en Marcel Stijns Londen. Ze vestigen zich in het De Vere hotel, waar ze tot eind 1940 blijven.

Hostes twintigjarige dochter Elisabeth (Ies) en haar verloofde Frans Vink blijven achter49 in Frankrijk. Volgens een getuigenis van Cyriel Baeyens vertrekt het koppel de 20e samen met moeder Vink en de twee broers van Frans naar het zuiden. Ze maken nog plannen om via Spanje naar Engeland te raken, maar stranden in Loures-Barousse, een kleine gemeente in de Pyreneeën. Uiteindelijk keren ze terug naar Limoges, waar Elisabeth midden juli twee brieven voor haar vader meegeeft aan Frans Van Cauwelaert, die vanuit Portugal even terug naar onbezet Frankrijk gereisd is, op zoek naar achtergebleven gezinsleden. Hoste ontvangt de door Van Cauwelaert vanuit Portugal opgestuurde brieven echter niet. Contact leggen blijkt moeilijk. Pas begin augustus ontvangt Hoste een geruststellend telegram van zijn dochter uit Limoges, nadat hij eerder per brief nieuws kreeg van een in Barcelona verzeilde vriend, die Elisabeth en de familie Vink in Frankrijk op weg naar het zuiden ontmoette.

Het gezelschap Hoste-Vink keert uiteindelijk in de loop van augustus 1940 vanuit Limoges terug naar Brussel na het ontvangen van een geruststellend bericht van vader Jacques Vink.

Frankrijk na de wapenstilstand met Duitsland. (Het Laatste Nieuws, 28 juni 1940: 1).

Terug naar Brussel

Nu Hoste vertrokken is, onderneemt Cyriel Baeyens - zo vertelt hij na de oorlog - via het Belgische consulaat stappen om een reispas voor Portugal aan te vragen.50 Het is op dit consulaat dat hij een brief voor Julius Hoste krijgt, door Frans Van Cauwelaert verstuurd vanuit Spanje. De op 17 juni vertrokken Van Cauwelaert, die de 23e Lissabon bereikt51, spoort daarin Hoste aan hem te volgen. Hoste zit dan echter al in Engeland.

Van Baeyens Portugese reisplannen komt uiteindelijk niets in huis. Op 22 en 24 juni tekent Frankrijk met Duitsland en Italië wapenstilstandsakkoorden, die de 25e even na middernacht ingaan. Frankrijk wordt verdeeld in een bezette zone in het noorden en aan de Atlantische kunst en in een zuidelijke vrije zone. De wapenstilstand maakt het voor de ploeg van Het Laatste Nieuws mogelijk om vanuit het onbezette Limoges door bezet Frankrijk te reizen52 en dus terug te keren naar Brussel.

Reclame voor de firma Willaerts. (Het Laatste Nieuws, 27 december 1933: 14 en 3 september 1939: 15) .

Voor deze terugreis kunnen ze rekenen op het Brusselse transportbedrijf Willaerts. Voertuigen van het bedrijf - in mei opgevorderd door premier Pierlot om documenten naar Frankrijk te vervoeren - bevinden zich immers nog in Limoges. Het is de 24e dat Emiel Willaerts aan Baeyens meldt dat het de volgende dag - na het in voege treden van de wapenstilstand - mogelijk zou zijn om naar Brussel af te reizen, waarop Baeyens, de redacteurs De Ceulener, De Maegt, Belloy en Woulff en enkele andere medewerkers zich voorbereiden op de reis. Hereng, die vage plannen heeft om naar Spanje te trekken, kiest ervoor om voorlopig ter plaatse te blijven. Uiteindelijk vertrekken Baeyens en de rest van het gezelschap op 25 juni, met onder andere ook bagage van de families Hoste en Vink. Tot hun verbazing merken ze tijdens het laatste stuk van hun reis dat Het Laatste Nieuws uithangt bij verkopers, en wanneer ze op de avond van 27 juni Brussel bereiken, vernemen ze al snel dat hun krant effectief al enkele dagen opnieuw van de persen rolt.

Diezelfde 27 juni houdt Pierlot voor het eerst sinds 8 juni53 nog een toespraak54 op de radio, waarin hij verklaart dat de Belgische regering in contact treedt met de bezettende overheden en de in België gebleven autoriteiten om de terugkeer van alle Belgische vluchtelingen, ambtenaren en militairen te regelen. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, legt hij zich nu ook publiek neer bij de nederlaag.

Verwoestingen in het centrum van Duinkerke: de Place Jean Bart, mei-juni 1940. 

De ene vlucht is de andere niet

Andere vluchtende redacteurs leggen een heel ander traject af dan Belloy, De Ceulener, De Maegt en Woulff. Redactiesecretaris Jan Hadermann55 bijvoorbeeld vertrekt te laat naar Oostende, waardoor hij de ploeg van Het Laatste Nieuws, die al naar het zuiden vertrokken is, daar misloopt en dus Hoste na diens vertrek uit Brussel niet meer terugziet. Hij is alleen, zijn gezin bleef achter in Brussel. Hij gaat op weg naar Parijs, maar na enkele dagen rondzwerven in de buurt van Amiens - tussen de Duitse linies - in de hoop toch weer aansluiting te vinden bij zijn gevluchte collega’s, keert hij op 23 of 24 mei naar Brussel terug.

Ook Albert Van den Berghe56 wijkt via Oostende uit naar Frankrijk. Hij strandt echter in Abbeville zonder Julius Hoste te hebben ontmoet, en is eind mei 1940 al terug in Brussel. Leo Schalckens57 vertrekt op 13 mei met zijn vrouw en kinderen naar Frankrijk, zonder daar collega’s van Het Laatste Nieuws tegen te komen. Begin juni zijn ze terug thuis.

Frans Demers58 blijft oorspronkelijk in Brussel, waar hij op 15 mei een van de drie comitéleden wordt aan wie de vertrekkende hoofdboekhouder Jan Hereng zijn bevoegdheden delegeert. Naar eigen zeggen ontvangt Demers echter, net voor de Duitsers de hoofdstad bereiken, bericht van de commissaris van zijn woonplaats Wemmel: hoewel net 35 jaar geworden, is hij toch nog dienstplichtig en moet hij zich in Roeselare melden. Hij trekt samen met een oom van hem met de auto naar Roeselare, waar hij wordt doorgestuurd naar Parijs. Na heel wat oponthoud aan de grens strandt hij in Noord-Frankrijk op enkele kilometers van Montreuil-sur-Mer. Via Dèvres, Boulogne, Calais, Duinkerke en Sint-Idesbald rijdt hij naar Gent, waar hij de inname van de stad door de Duitsers op 23 mei meemaakt. De volgende dag reist hij terug naar Brussel.

Sportjournalist Arthur Vandenbak59 slaagt er in Abbeville wel in om Julius Hoste te spreken. Hij vestigt zich uiteindelijk, net als Het-Laatste-Nieuws-ingenieur Edouard Van den Bogaert, een hele delegatie van La Dernière Heure en enkele collega’s van Le Soir, La Libre Belgique en La Nation Belge in Toulouse. Nadat hij daar het vertrek van Hoste en de terugtocht van Baeyens verneemt, keert ook hij terug naar Brussel, waar hij begin augustus aankomt.

Uit La Dépêche, 26 mei 1940: 3. (Bron gallica.bnf.fr / BnF).

Robert Peeters60, als reserveofficier vanaf september 1939 gemobiliseerd op het kabinet van minister van Landsverdediging Henri Denis (waar hij ingeschakeld werd voor de nieuw opgerichte persdienst van het ministerie), trekt kort voor de Duitse troepen Brussel bereiken met zijn eenheid naar Frankrijk, waar hij in augustus in Villeneuve wordt gedemobiliseerd. Hij verschijnt pas terug op Het Laatste Nieuws in Brussel op 30 augustus.

Dit artikel past in een reeks gewijd aan Het Laatste Nieuws net voor, tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog. Bezit u archiefmateriaal van personen die in deze periode voor Het Laatste Nieuws werkten (bijvoorbeeld brieven, foto’s, dagboeken, memoires) of promotiemateriaal van de krant, en mag dat geraadpleegd worden voor historisch onderzoek? Neem graag contact op met sebastien.baudart@liberas.eu.

Alle mogelijke opmerkingen kunnen eveneens gemeld worden op hetzelfde adres.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Voor de voorgeschiedenis van de vlucht van Het Laatste Nieuws naar Frankrijk, zie Sébastien Baudart, ‘HLN 1939-1945 | 3. Een krant op de vlucht’, in: Liberas Stories magazine, geraadpleegd 1.12.2025. Voor de algemene oorlogscontext en de Belgische regering in Frankrijk in het hele artikel: ARA, Notulen van de ministerraad, mei-juni 1940; KADOC, Archief Pierre van Outryve d'Ydewalle (BE/942855/1183), nr. 22: dagboeknotities, mei 1940; Het Laatste Nieuws, mei-juni 1940; Liberas, Archief Arthur Vanderpoorten (archief nr. 5), nr. 3.1.1. Het ‘relaas Matagne’ over de gebeurtenissen van 10 mei 1940 tot januari 1941; Belelite. Databank van de Belgische regeringen sinds 1831, geraadpleegd 31.10.2025 www.koninklijkecommissiegeschiedenis.be/belelite; Alain Colignon, ‘Limoges, mai ’40: la colère impuissante d’un parlement dans la débâcle’, in: Belgium WWII, geraadpleegd 11.10.2024; Renaud Degrève, ‘La Belgique à Bordeaux, juin 1940: un peuple et son gouvernement en errance’, in: Juin 1940 à Bordeaux et en Gironde. Au cœur de la tourmente militaire et politique, eds. Hubert Bonin en Bernard Lachaise (La Crèche: La Geste/Presses Universitaires de Nouvelle-Aquitaine, 2022) 61-67; Christine Denuit-Somerhausen, Jean-Jacques Jespers en Francis Balace, ‘Limoges, 31 mai 1940: la déchirure’, in: Jours de guerre 4. Jours de défaite II, ed. Francis Balace (Bruxelles: Crédit communal, 1991) 64-100; Désiré Denuit, L'été ambigu de 1940. Carnets d'un journaliste (Bruxelles: Musin, 1978) 153 e.v.; August De Schryver (ed. Herman Van Goethem), Oorlogsdagboeken 1940-1942 (Tielt: Lannoo, 1998) 27 e.v.; Michel Dumoulin, Spaak (Bruxelles: Racine, 1999) 157 e.v.; Jules Gérard-Libois en José Gotovitch, L’an 40. La Belgique occupée (Bruxelles: CRISP, 1971) 233 e.v.; José Gotovitch, ‘L’exode de Belgique’, in: La guerre de 1940. Se battre, subir, se souvenir, eds. Stefan Martens en Steffen Prauser (Villeneuve d'Ascq: Presses universitaires du Septentrion, 2014) 103-110; Bert Govaerts, Ik alleen! Een biografie van Albert De Vleeschauwer (Antwerpen: Houtekiet, 2012) 205 e.v.; Thierry Grosbois, Pierlot 1930-1950 (Bruxelles: Racine, 2007) 117-149; Camille Gutt, La Belgique au carrefour, 1940-1944 (Paris: Fayard, 1971) 13 e.v.; Marcel-Henri Jaspar, Souvenirs sans retouches (Paris: Fayard, 1968) 349 e.v.; Jean Sagnes, ‘De Bordeaux à Vichy: l’opposition parlementaire à l’armistice et au régime né de l’armistice (du 14 au 29 juin 1940)’, in: Juin 1940 à Bordeaux et en Gironde. Au cœur de la tourmente militaire et politique, eds. Hubert Bonin en Bernard Lachaise (La Crèche: La Geste/Presses Universitaires de Nouvelle-Aquitaine, 2022) 219-233; Frank Seberechts, De weggevoerden van mei 1940 (Antwerpen: De Bezige Bij, 2014); Paul-Henri Spaak, Combats inachevés. 1: De l'indépendance à l'alliance (Paris: Fayard, 1969) 83 e.v.; André Testibus, Le parlement dans la tempête (Bruxelles: Ignis, [1941]; Henri-François Van Aal, Télé-mémoires. De Vleeschauwer - Gutt – Spaak (Bruxelles: CRISP, 1971) 47 e.v.; Pierre Van Outryve d'Ydewalle, De memoires 1912-1940 (Tielt: Lannoo, 1994) 311 e.v.; Jean Vanwelkenhuyzen en Jacques Dumont, 1940. Le Grand Exode (Gembloux: Duculot, 1983); Jan Velaers en Herman Van Goethem, Leopold III. De koning, het land, de oorlog (Tielt: Lannoo, 1994); 247 e.v.; Misjoe Verleyen en Marc De Meyer, Mei 1940. België op de vlucht (Antwerpen: Manteau, 2010); Lode Wils, Frans Van Cauwelaert. Politieke Biografie (Deurne: Doorbraak, 2017) 752 e.v.; Dave Warnier, ‘Mei 1940: De Achttiendaagse Veldtocht’, in: Oorlog, bezetting, bevrijding. België 1940-1945, eds. Wannes Devos en Kenny Gony (Tielt: Lannoo, 2019) 65-78.  

2. Die bijna voltallig is, enkel minister van Verkeerswezen Antoine Delfosse is afwezig. Hij raakte gescheiden van zijn collega’s en keerde terug naar Brussel.

3. Officieel ‘président du conseil’, voorzitter van de ministerraad.

4. Zie onder andere Constant Van de Wiel, ed., ‘Notes journalières du Cardinal Van Roey (10 mai - 22 juin 1940)’, in: Handelingen van de Koninklijke kring voor oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen, 84 (1980): 215.

5. Weergegeven in o.a. Liberas, Archief Arthur Vanderpoorten (archief nr. 5), nr. 3.2.4. ‘Communication radiophonique de M. Paul Reynaud, le 28 Mai’ en ‘Après la capitulation de Léopold III. La déclaration à la radio de M. Paul Reynaud’, in: Le Journal, 29 mei 1940: 2.

6. Zie Liberas, Archief Arthur Vanderpoorten (archief nr. 5), nrs. 3.2.5a-7b. Verschillende versies van de toespraak van Hubert Pierlot en de vertaling voor Arthur Vanderpoorten. De toespraak van Pierlot is bijvoorbeeld ook weergegeven in Le Journal, 29 mei 1940: 1.

7. Citaten uit Liberas, Archief Arthur Vanderpoorten (archief nr. 5), nr. 3.2.7b. Nederlandse vertaling van de toespraak van Pierlot.

8. Testibus, Le parlement, 44.

9. Albert de Gobart e.a., ‘Trahie par son roi la Belgique réclame un gouvernement provisoire’, in: Le Journal, 29 mei 1940: 2 en andere Franse perstitels.

10. Zie o.a. La Petite Gironde, 30 mei 1940: 1. Zie ook Bernard Balteaux, William Ugeux. Un témoin du siècle. Entretien avec Bernard Balteau (Bruxelles: Racine, 1997) 47, waarin journalist Ugeux vertelt: ‘[…], je crois même avoir signé avec d’autres journalistes un ordre du jour déplorant l’attitude du Roi vis-à vis de ses Alliés…’

11. Vertaling van ‘la décision prise à Bruxelles par tous les journaux de ne pas paraître en aucun cas sous l’occupation allemande.’

12. Vertaling van ‘condamnant la capitulation et l’attitude inconstitutionnelle du roi’.

13. ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Mark Belloy, pv verhoor Mark Belloy, 16 februari 1945; Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4: o.a. nota ‘Onafgebroken in dienst …’, [kort voor 14 september 1944], en nota over zijn ondervraging op 16 februari 1945.

14. Zoals geciteerd in Wils, Frans Van Cauwelaert, 758.

15. ARA, Archief Hubert Pierlot (inventariscode I 615), nr. 24, verslag van een vergadering van in Poitiers aanwezige ministers, 24 mei 1940, 18 u.

16. Op 2 december 1941 schrijft Hoste hierover in zijn dagboek: ‘Aan den h. Stijns gaf ik den raad in geen geval te zeggen, dat de h. Baels als gouverneur van West-Vlaanderen door de Belgische regeering afgesteld werd. Tegen deze maatregel had ik overigens bij de regeering te Poitiers zoo uitdrukkelijk mogelijk verzet aangeteekend, toen ik vernam dat er spraak van was.’ (Liberas, Archief Julius Hoste jr. (archief nr. 161), nr. 1: oorlogsdagboek, 2 december 1941).

17. Voor het incident rond en de figuur van Paul Colin: Centre Jean Gol, Archief Epuratiecomité Liberale Partij, dossier Julius Hoste: verslag getuigenis Julius Hoste voor het epuratiecomité van de Liberale Partij, 14 mei 1945; ‘Paul Colin fut arrêté au milieu d’un essaim de jolies femmes’, in: La Meuse, 2 juni 1940; Christine Denuit-Somerhausen, Jean-Jacques Jespers en Francis Balace, ‘Limoges, 31 mai 1940: la déchirure’, in: Jours de guerre 4. Jours de défaite II, ed. Francis Balace (Bruxelles: Crédit communal,1991) 91; Franse pers, 31 mei - 1 juni 1940; Verklaring van Charles d'Aspremont Lynden, in: Parlementaire Handelingen Kamer der Volksvertegenwoordigers, 25 juli 1945: 582; Roger Avermaete, ‘Colin (Paul)’, in: Biographie Nationale. Tome trente-cinquième (Bruxelles: Académie Royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique/Etablissements Emile Bruylant, 1969) 140-145; Alain Colignon, ‘Colin, Paul’, in: encyclopedievlaamsebeweging.be, geraadpleegd 1.9.2025; Emmanuel Debruyne, ‘Invasion 40 - La Belgique face à ses “ennemis de l’intérieur”. Entre peur et impuissance’, in: La guerre de 1940. Se battre, subir, se souvenir, eds. Stefan Martens en Steffen Prauser (Villeneuve d'Ascq: Presses universitaires du Septentrion, 2014) 87-100.; Frank Seberechts, ‘Arrestaties van mei 1940’, in: Belgium WWII, geraadpleegd 27.8.2025.

18. KADOC, Archief Pierre van Outryve d'Ydewalle (BE/942855/1183), nr. 22 (Dagboeknotities, mei 1940-september 1940), 31 mei 1940. In zijn mémoires vertaald als “‘[…] het “Hôtel de France”, een janboel van jewelste […]. Het hotel is een gonzende bijenkorf van kwetterende ambtenaren en andere praatzieke baliekluivers. Rond de tafels ziet men mensen lopen van wie men verwonderd is ze in deze uithoek van de Vienne te ontmoeten. Allen schijnen niet alleen bijzonder goed op de hoogte van de gebeurtenissen, maar ze denken bovendien dat ze een eersterangsrol spelen. Men verspreidt de meest gekke geruchten. Vaak gelooft men die. Heel vaak komt een volgend nieuws het bewijs leveren dat het eerste helemaal ongegrond was …” (Pierre Van Outryve d'Ydewalle, De memoires 1912-1940 (Tielt: Lannoo, 1994) 354).

19. Zie Sébastien Baudart, ‘HLN 1939-1945 | Beeld van een oorlogsredactie’ [in voorbereiding]. Citaten uit J[an] Hadermann, ‘Een tweevoudig Ambtsjubileum bij “Het Laatste Nieuws”’ De hh. Aug. WOULFF en Cypr. Verhavert dertig jaar aan onze redaktie verbonden’, in: Het Laatste Nieuws, 16 mei 1942: 2; ‘Op den uitkijk. Twee feestelingen’, in: Het Laatste Nieuws, 16 mei 1942: 2.

20. Tenzij anders vermeld, is dit deel gebaseerd op verklaringen van Mark Belloy, Marcel De Ceulener, Joris De Maegt, Julius Hoste en August Woulff (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, groepsdossier: pv openbare zitting van 26 november 1945; ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Mark Belloy: pv verhoor Mark Belloy, 16 februari 1945; Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4: nota ‘Onafgebroken in dienst …’ door Marc Belloy, [kort voor 14 september 1944] en doos 10: nota van Belloy, De Ceulener en De Maegt, 6 juni 1941; Belgische pers over het proces-Het Laatste Nieuws, november-december 1945).

21. Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 6: o.a. kaartje van Arthur Vanderpoorten aan Mark Belloy over De Blauwe Vogel, 23 augustus 1938; Florian Van de Walle, ‘Librado, liberalisme over de ether’, in: Liberas Stories magazine, geraadpleegd 31.10.2025.

22. Liberas, Archief Julius Hoste jr. (archief nr. 161), nr. 1: oorlogsdagboek, 16 december 1941.

23. Letterenhuis, Archief Frans Van Cauwelaert, Brief van Theo Bogaert aan Frans Van Cauwelaert, 3 juni 1940.

24. Origineel: ‘qui bénéficieraient de l’appui du gouvernement’. ARA, Notulen van de ministerraad, 1 juni 1940.

25. Liberas, Archief Arthur Vanderpoorten (archief nr. 5), nr. 3.2.13.: “Radio-rede gehouden door den heer Pierlot, Eerste-Minister, in het Fransch en den heer Vanderpoorten, Minister van Binnenlandsche Zaken, in het Nederlandsch”, 8 juni 1940.

26. ARA, Notulen van de ministerraad, 6 juni 1940. 

27. Knipsel uit Centre et Ouest, 9 juni 1940: 3, in Letterenhuis, Archief Frans Van Cauwelaert, Thematische dossiers, Dossiers Tweede Wereldoorlog, nr. 11.

28. Liberas, Archief Arthur Vanderpoorten (archief nr. 5), nr. 3.3.12.: Brief van Arthur Vanderpoorten aan Hubert Pierlot, 9 juni 1940.

29. Eigen vertaling van ‘au sujet de la voie à suivre pour l’autorisation à donner au sujet de la parution de journaux ou périodiques.’

30. Eigen vertaling van ‘créer une passerelle entre les deux départements afin de garder un contact journalier.’

31. Liberas, Archief Arthur Vanderpoorten (archief nr. 5), nr. 3.3.8.: Brief van Arthur Vanderpoorten aan Hubert Pierlot, 5 juni 1940. 

32. ARA, Notulen van de ministerraad van 10 juni 1940, 18u. 

33. ‘Les journaux belges en France’, in: Le Courrier d’Afrique, 11 juni 1940: 2.

34. August De Schryver (ed. Herman Van Goethem), Oorlogsdagboeken, 88.

35. De Schryver redigeerde zijn eerste dagboekcahier over de periode 10 mei tot eind oktober 1940 retroactief, van oktober 1940 tot januari 1941, maar zijn dagboeknotities zijn zeer accuraat. Zie August De Schryver (ed. Herman Van Goethem), Oorlogsdagboeken, 21.

36. Op 31 mei schreef Gilbart bijvoorbeeld over Leopold III als een ‘dégénéré inférieur’ en ‘pleutre chez qui, soudain, le germanisme s’est réveillé’. Geciteerd in Christine Denuit-Somerhausen, Jean-Jacques Jespers en Francis Balace, ‘Limoges, 31 mai 1940: la déchirure’, in: Jours de guerre 4. Jours de défaite II, ed. Francis Balace (Bruxelles: Crédit communal, 1991) 78.

37. ARA, Archief Hubert Pierlot, nr. 28 (dossier relatif à la politique gouvernementale depuis le 10 mai 1940): brief van luitenant-kolonel A[lbert] de Selliers de Moranville (censuuradministratie van het Belgische ministerie van Binnenlandse Zaken, kantoor Parijs) aan minister van Binnenlandse Zaken Arthur Vanderpoorten, 6 juni 1940. 

38. Denise Lambrette, Le journal “La Meuse” 1855-1955 (Leuven/Paris: Nauwelaerts, 1969) 96.

39. Tenzij anders vermeld, is dit deel gebaseerd op ‘Een levenswerk. De figuur van oud-minister Hoste’, in: Neohumanisme, 6, nr. 2 (februari 1947): 2-5; Frieda Joris, ‘De oorlogsjaren van “Het Laatste Nieuws” en z’n eigenaar Julius Hoste’, in: Het Laatste Nieuws, 18 mei 2015: 52 e.v.; Frieda Joris, ‘De oorlog was toch voor iets goed’ Liefdesverhalen uit ’40-’45 (Antwerpen/Leuven: Davidsfonds Uitgeverij, 2016) 159-177; Harry Van Velthoven, Zwerver in niemandsland. Julius Hoste en zijn Londens oorlogsdagboek (Gent: Academia Press/Liberaal Archief, 2005) 22-24, en verklaringen van Cyriel Baeyens, Mark Belloy, Marcel De Ceulener, Joris De Maegt, Jan Hereng, Elisabeth Hoste, Julius Hoste en Magda Hoste (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, diverse pv’s (onderzoek en proces); Letterenhuis, Archief Mark Belloy: nota ‘La Parution du “Laatste Nieuws”’ door De Maegt en De Ceulener, s.d. (doos 4), nota ‘Onafgebroken in dienst …’ door Marc Belloy, [kort voor 14 september 1944] (doos 4 & 10), transcriptie van het verhoor van Cyriel Baeyens op het proces-Het Laatste Nieuws, [20 november 1945] (doos 10), nota van Belloy, De Ceulener en De Maegt, 6 juni 1941 (doos 10); Letterenhuis, Archief Frans Van Cauwelaert, brief van Julius Hoste aan Frans Van Cauwelaert, 13 augustus 1940; Liberas, Archief Julius Hoste jr. (archief nr. 161), nr. 1: oorlogsdagboek, 12 januari 1942; Liberas, Interview met de dochters Hoste door Harry Van Velthoven op 22 september 2003; verslaggeving van het proces-Het Laatste Nieuws in de Belgische dagbladpers, november-december 1945.

40. Wils, Frans Van Cauwelaert, 760. Cyriel Baeyens bevestigt de datum op het proces-Het Laatste Nieuws (Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 10: transcriptie van het verhoor van Cyriel Baeyens op het proces-Het Laatste Nieuws, [20 november 1945]).

41. Letterenhuis, Archief Mark Belloy, dozen 4 & 10: nota ‘Onafgebroken in dienst …’ door Marc Belloy, [kort voor 14 september 1944].

42. Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 10: transcriptie van het verhoor van Cyriel Baeyens op het proces-Het Laatste Nieuws, [20 november 1945].

43. ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker: pv verhoor van Jan Hereng als getuige, 2 augustus 1945. 

44. Enkele nota’s van Mark Belloy, Marcel De Ceulener en Joris De Maegt situeren het vertrek van Hoste op 18 juni. Aangezien in hun gezamenlijke verklaring van 6 juni 1941 de vermelding ‘behoudens vergissing wat den datum betreft’ opgenomen is, Magda Hoste in haar dagboek het vertrek op 19 juni vermeldt (zie ook noot nr. 49) en verschillende bronnen de aankomst van Hoste in Bordeaux op de middag van 19 juni situeren (terwijl uit getuigenissen van ministers die op 17 juni van Poitiers naar Bordeaux trekken, blijkt dat ze dit vergelijkbare traject in enkele uren afleggen), is er gekozen om de datum van 19 juni aan te houden.

45. Volgens het interview van de dochters Hoste met Harry Van Velthoven mochten Stijns’ echtgenote en dochter niet mee. (Liberas, Interview met de dochters Hoste door Harry Van Velthoven op 22 september 2003).

46. Voor meer informatie over de Kasongo, zie het forum www.belgian-navy.be

47. Letterenhuis, Archief Frans Van Cauwelaert, Brief van Julius Hoste aan Frans Van Cauwelaert, 5 augustus 1940, geciteerd in Ruben Mantels, ‘“Een journalist moet aan alles kunnen verzaken, behalve aan de vrijheid”. De krant Het Laatste Nieuws tijdens de Tweede Wereldoorlog’, in: ‘Waar de vrije meningsuiting ophoudt vrij te zijn’. Pers en censuur in de collectie van Liberas/Liberaal Archief (Gent: Liberas/Liberaal Archief, 2019) 21.

48. Op 23 of 24 juni.

49. Aan historicus Harry Van Velthoven en journaliste Frieda Joris vertelt Elisabeth Hoste jaren later hoe ze na een bezoek aan de bank - om de huur van hun huis te betalen - samen met Frans Vink haar ouders achterna zou reizen naar Bordeaux, maar daar niet meer in slaagde omdat de weg naar de kust ondertussen versperd was. Aangezien het gezin van Marcel Stijns, volgens het interview van Elisabeth en Magda Hoste met Van Velthoven, niet mocht meereizen naar Bordeaux en Londen, valt niet uit te sluiten dat logistieke redenen mee aan de basis liggen van de scheiding van het gezin-Hoste. Elisabeth die niet zonder Frans Vink wou vertrekken bijvoorbeeld, die dan weer zijn moeder en broers niet in de steek kon laten. In het interview van de dochters Hoste met Van Velthoven citeert Magda op de achtergrond ook uit haar dagboek ‘Negentien juni […] hartverscheurend vertrek naar Bordeaux’, wat mogelijk wijst op een groter afscheid. Uit de verder geciteerde brief van Julius Hoste aan Frans Van Cauwelaert van 13 augustus 1940 blijkt wel duidelijk - en dat is in het licht van latere gebeurtenissen van groot belang - dat er geen doelbewuste strategie van de Hostes leek te zijn om tijdens de oorlog zowel in Engeland als in bezet gebied aanwezig te zijn.

50. Tenzij anders aangegeven, zijn de gegevens over Limoges na het vertrek van Hoste en over de terugreis naar Brussel gebaseerd op getuigenissen van Cyriel Baeyens, Mark Belloy, Marcel De Ceulener, Jan Hereng, Emiel Willaerts, August Woulff (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, diverse pv’s opgesteld tijdens het onderzoek en de openbare zittingen van 20 en 26 november 1945; ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Cyriel Baeyens: nota van Cyriel Baeyens, 14 november 1944; Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4: nota ‘Onafgebroken in dienst …’, [kort voor 14 september 1944], en doos 10: nota van Belloy, De Ceulener en De Maegt, 6 juni 1941; transcriptie van het verhoor van Cyriel Baeyens op het groepsproces-Het Laatste Nieuws, [20 november 1945]; verslaggeving Belgische pers over het proces-Het Laatste Nieuws, november-december 1945).

51. Wils, Frans Van Cauwelaert, 760.

52. Volgens de in Frankrijk aanwezige journalist Désiré Denuit raken de Belgische vluchtelingen net na de wapenstilstand niet over de demarcatielijn die het bezette van het onbezette deel van Frankrijk scheidt (Denuit, L'été ambigu de 1940, 211). De lokale krant Le Petit Limousin van eind juni 1940 geeft ook duidelijk aan dat er van de vluchtelingen wordt verwacht voorlopig ter plaatse te blijven. Een nota van Marcel De Ceulener en Joris De Maegt vermeldt dat de terugkeer gebeurde ‘nonobstant les difficultés possibles et malgré les ordres des autorités françaises’ (Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4: nota ‘La Parution du “Laatste Nieuws”’ door Marcel De Ceulener en Joris De Maegt, s.d.). Mogelijk beschikte de karavaan van Willaerts over een speciale toestemming. 

53. De Schryver, Oorlogsdagboeken, 109.

54. KADOC, Archief Pierre van Outryve d'Ydewalle (BE/942855/1183), nr. 23 (Briefwisseling en andere kabinetsstukken van de Eerste Minister en de kabinetschef, mei 1940-oktober 1940): Verklaring van Hubert Pierlot vanuit Sauveterre aan pers en radio, 27 juni 1940; Liberas, Archief Arthur Vanderpoorten (archief nr. 5), nr. 3.2.15a. ‘Communiqué radiodiffusé et reproduit dans les journaux le 27 juin 1940’.

55. Verklaringen van Jan Hadermann (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, groepsdossier: pv openbare zitting van 20 november 1945; ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Jan Hadermann: pv verhoor Jan Hadermann, 4 december 1944, 10u30; verslaggeving van het proces-Het Laatste Nieuws in de Belgische dagbladpers, november-december 1945).

56. Verklaringen van Albert Van den Berghe (ADVN, Archief Frans Van der Elst (BE ADVN AC164), nr. 71: P70. Dossier Albert Van den Berghe en het proces-Het Laatste Nieuws, 1945-1947: diverse nota’s van Albert Van den Berghe; ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Albert Van den Berghe: pv verhoor Albert Van den Berghe, 11 april 1945).

57. Verklaringen van Leo Schalckens (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker: pv van verhoor van Leo Schalckens als getuige, 5 december 1944; ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, groepsdossier: pv openbare zitting van 26 november 1945; verslaggeving van het proces-Het Laatste Nieuws in de Belgische dagbladpers, november-december 1945).

58. Letterenhuis, Brievenmap Frans Demers D 327 B: Brief van Johan-Marc Elsing (Frans Beckers/Demers) aan Marnix Gijsen, 20 juni 1953; Frans Demers, ‘Op Zwerftocht in Noord-Frankrijk. Herinneringen aan Duinkerken’ en ‘Het einde van een nutteloozen tocht. Van Sint-Idesbald terug naar Brussel’, in: Het Laatste Nieuws, 21 juni 1940: 2, en 23 juni 1940: 3; ‘Ten huize van Johan-Mark Elsing’, in: Joos Florquin, Ten huize van … Vijftiende reeks (Leuven: Davidsfonds, 1979) 84-132.

59. Verklaringen van Arthur Vandenbak en Edouard Van den Bogaert als getuigen op het proces-Het Laatste Nieuws (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, groepsdossier: pv openbare zitting van 26 november 1945); Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4: chronologische lijst van terugkeerders op Het Laatste Nieuws; Letterenhuis, Archief Frans Van Cauwelaert, Brief van Jan Duplat aan Frans Van Cauwelaert, 6 juni 1940; La Dépêche, 26 mei 1940: 3.

60. Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum Brussel, Archief Ministerie van Defensie, Persoonlijke militaire dossiers, nr. DO 10608: Henri L R Peeters; Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4: chronologisch overzicht van de terugkeer van Het-Laatste-Nieuws-personeel.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Sébastien Baudart, "HLN 1939-1945 | 4. Het Laatste Nieuws in Frankrijk", Liberas Stories, laatst gewijzigd 16/12/2025.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Liberas heeft geprobeerd alle rechthebbenden op beeldmateriaal te contacteren. Personen of organisaties die zich alsnog in hun rechten voelen geschaad nemen contact op met Liberas vzw, Kramersplein 23, 9000 Gent.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op